Home | Doelstellingen | MEDIX | Criteria | Voeding | Knelpunten Analyse | ME Benefiet Informatiedag | Milieufactoren | Aanmeldingen | Nieuws | Forums | Helpdesk | Adhesieverklaringen | Boeken | Gedichten | Links
 
HPU en het optreden van chronische moeheidsklachten door dr. J. Kamsteeg

Dr. J. Kamsteeg ME-benefiet/informatiedag 2002


Inleiding

Bij HPU wordt in de urine een verhoogde hoeveelheid pyrrolen uitgescheiden. HPU is een biochemische variant, waarbij een hemopyrrollactam complex in verhoogde hoeveelheid in de urine wordt uitgescheiden. HPU kan het best omschreven worden als een familiaire dubbele deficiëntie van zink en vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat), die met de voeding niet is aan te vullen.
Het ziektebeeld is stress-geïnduceerd. Bij stress dient men niet alleen te denken aan psychische stress. Ook fysieke stress zoals griep, brandwonden of darminfectie, zal de ziekte kunnen induceren.

Aangezien een tekort aan vitamine B6 de opname van zink, chroom en, in mindere mate ook mangaan en magnesium, sterk vermindert, zou men ook alleen van een vitamine B6 (pyridoxaal-5-fosfaat)-deficiëntie kunnen spreken. Vitamine B6 is ook betrokken bij de productie van vitamine B3 uit tryptofaan. Ook deze vitamine is bij HPU-patiënten verlaagd.

Het gaat hierbij om tekorten, die niet door het eten van voedsel dat rijk is aan de betrokken vitaminen en/of mineralen kan worden opgeheven. Deze tekorten zijn gekoppeld zijn aan de productie van een groep chemische verbindingen die pyrrolen worden genoemd. Ongeveer vijf tot tien procent van de open bevolking heeft HPU; dit zijn voornamelijk vrouwen.


Hemopyrollactam complex
Het hemopyrrollactam zink chelaat complex wordt wel aangeduid als HPL, en bestaat uit hydroxy-2,3-dimethylpyrrolidine-5-on en hydroxy-hemopyrrolin-2-on. De uitscheiding van HPL varieert van 0 tot 10 µmol/l, en is verhoogd bij stress in de breedste zin van het woord. Bij een waarde hoger dan 1.0 µmol/l gaan we ervan uit dat de patiënt voldoende symptomen zal hebben om over ziekte te praten.

In het recente verleden is door het KEAC aandacht besteed aan dit ziektebeeld dat toen nog ten onrechte kryptopyrrolurie werd genoemd.
De uitslag van de test wordt ingedeeld in de volgende groepen:

 <0.4 µmol/l HPL afwezig

   0.4-0.6 zwak, twijfelachtig

   0.6-1.0 aanwezig, licht positief

   1.0-2.5 positief

 >4.0 zeer sterk positief
 


Symptomen bij hemopyrrolurie
De volgende symptomen kunnen bij HPU voorkomen:
- bleek uiterlijk (bleke, pigmentarme huid voornamelijk in het gezicht)
- spierspasmen
- rillingen en koorts
- blootstelling zonlicht: jeuk, uitslag
- geelbruine teint na zonnen
- spierzwakte in de armen
- witte vlekjes op de nagels
- slecht tandemaille
- lichtgevoeligheid
- bovenste snijtanden dicht op elkaar
- striae op dijen, borsten en heupen
- adem- of lichaamsgeur
- vermoeidheid
- kniepijn
- allergie
- ochtendmisselijkheid
- gewrichtspijnen
- verstopping of diarree
- onvruchtbaarheid
- hoge buikpijn
- hypoglycemie; ouderdomsdiabetes
- bloedarmoede
- zwangerschapscomplicaties
- verbetering bij vasten
- intolerantie voor slaapmiddelen en medicijnen
- geen droomherinnering
- onder- of overgewicht
- depressiviteit
- migraine, hoofdpijn
- menstruatieklachten
- lage bloeddruk
- vochtophoping

Bovenstaande symptomen zijn op zich niet kenmerkend voor HPU. Wanneer een aantal van deze symptomen echter gecombineerd voorkomen, is de kans op HPU groter.


Familiaire aandoening
Een opvallend kenmerk van HPU is dat het vooral voorkomt in families waarin met name meisjes voorkomen. Miskramen in deze gezinnen zijn vaak jongens. Ook doodgeborenen of kinderen met geboorteafwijkingen zijn vaak jongens. In het algemeen komen bij HPU-jongens tot de puberteit of adolescentie vrij weinig klachten voor. Na deze leeftijd kunnen, met name in perioden van stress, psychische problemen ontstaan zoals depressie, suïcide dispercepties en schizofrenie. Een deel van deze klachten komt voort uit een verlaging van het histamine-gehalte, dat bij HPU frequent voorkomt.


Glutenovergevoeligheid
Er zijn aanwijzingen dat bij het merendeel van de mensen met verhoogde HPL-waarden in de urine tegelijkertijd sprake is van glutenovergevoeligheid (niet te verwarren met coeliakie, hetgeen een aangeboren glutengevoeligheid is). Er is echter nog weinig bekend over een eventueel onderliggend mechanisme. Gezien de mogelijke relatie is het verstandig om naast een HPU-test eventueel ook een glutenovergevoeligheidstest uit te voeren. Deze test dient gericht te zijn op totaal-gluten. Dat zijn eiwitten uit tarwe, rogge, gerst en haver. De test is een maat voor de glutenbelasting.
Door de glutenproblemen kan de opname van ijzer beperkt worden, ook kunnen absorptiestoornissen van andere mineralen optreden, waardoor vermoeidheid kan optreden. Bij hoge glutenwaarden treffen vrijwel altijd lage hemoglobinewaarden aan. We spreken hier van bloedarmoede. 5-HIAA is vrijwel altijd verhoogd. 5-HIAA is een afbraakproduct van serotonine.


Verlaagd histamine-gehalte
Deze daling van het histaminegehalte is verworven en wordt veroorzaakt door het koperoverschot dat in het lichaam voorkomt. Dit koper activeert bepaalde enzymen die histamine afbreken. Door andere erfelijke mechanismen kan het histamine verhoogd of door compensatie geheel normaal zijn. Aangezien een groot deel van de symptomen te wijten zijn aan de daling van het histaminegehalte is het bepalen hiervan zeer belangrijk. Tot deze klachten kunnen gerekend worden: vermoeidheid, huidklachten, allergieën, hoofdpijn, migraine, psychische klachten zoals depressiviteit, koude handen en voeten, winterhanden, slecht tandemaille, gewichtstoename rond bovenbenen en heupen.
De vermoeidheid wordt veroorzaakt door een lage zuurstofverzadiging van de weefsels. Het vaatstelsel is vaak fijn vertakt de wanden van de vaten zijn slap waardoor gemakkelijk blauwe plekken (bloeduitstortingen) optreden. Bij inspanning zal het lichaam vrij gemakkelijk melkzuur produceren waardoor verzuring optreedt.


Suikerproblemen
Vele HPU-patiënten hebben bloedsuikerproblemen. Bij kinderen en jonge mensen is dit veelal reactieve hypoglycemie (een sterk schommelende suikerspiegel), terwijl dat bij vrouwen vanaf 30 jaar al glucose-intolerantie of prediabetes kan zijn. Bij deze groep is de bloedsuikerspiegel verhoogd. De oorzaak wordt veelal gevonden in een daling van de TSH, een hormoon dat door de hypofyse wordt afgegeven.

Voor de beoordeling van het glucose-metabolisme staan drie typen tests ter beschikking: glucose, fructosamine en HbA1c. Het KEAC gebruikt de laatste tijd vooral de fructosamine-bepaling om stoornissen in het glucose-metabolisme te kunnen aantonen. Fructosamine is een verzamelnaam voor niet-enzymatische geglycosyleerde verbindingen van suiker aan serumeiwitten.
Afhankelijk van de glucose-concentratie in het bloed wordt glucose niet-enzymatisch gebonden aan serumeiwitten. Het betreft voornamelijk albumine en IgG. Beide eiwitten bezitten een halfwaardetijd van 23 dagen, waardoor het met deze test mogelijk is zo’n drie weken terug te kijken. De HbA1C-test geeft een indruk van een langere periode, maar is minder gevoelig.

Globaal houden we de volgende interpretatie aan: <210 mmol/l hypoglykemie; 210-240 overgangsgebied hypoglycemie; 240-260 normaalwaarde; 260-290 overgangsgebied naar diabetes; >290 diabetes.

Vermoeidheid ontstaat hier door de vele energieverslindende regelprocessen die op gang zijn gekomen, enerzijds door de vele allergiereacties van het secundaire type, die aangewakkerd worden door een gebrek aan IgA-antistoffen. Wanneer de suikerspiegel ''s nachts te laag komt zal adrenaline geproduceerd worden waardoor tevens angsttoestanden kunnen ontstaan.

Hormonale problemen
Bij veel HPU-patiënten komen hormonale problemen voor. De TSH daalt al op jonge leeftijd, waardoor ook serumgastrine vaak verlaagd is. Ook kan de lage TSH (<2.0), schildklier of bijnierproblemen veroorzaken. Een dergelijke bijnieronderfunctie kan ook de oorzaak zijn van chronische ziekten, hypoglycemie en chronische stress. Factoren die op zich al veel bij patiënten voorkomen. Mogelijke symptomen van een hypofyse-onderfunctie met een bijbehorende bijnieronderfunctie zijn:
- lage bloeddruk, of sterk wisselende bloeddruk
- significante daling in de systolische bloeddruk wanneer de patiënt gaat staan
- chronische virale of bacteriële infecties
- chronische schimmel of gistinfecties
- reumatische artritis of andere vrije radicalen problemen (ontstekingen)
- vermoeidheid (frequent plassen)
- koolhydratenintolerantie
- hoge luchtwegklachten (allergie, hyperreactiviteit)
- geen zin in vrijen
- infertiliteit, menstruatie- en zwangerschapsproblemen

De primaire hormonale functies kunnen getest worden en geven aan of afwijkingen kunnen worden verwacht. Deze worden in drie globale groepen aangegeven, namelijk:
1. Hormonale regulatie is normaal.
2. Hormonale regulatie is afwijkend; er is (nog) geen reden uw huisarts te raadplegen.
3. Hormonale regulatie is afwijkend; raadpleeg uw huisarts.

Bij deze lage TSH waarden is er altijd sprake van schildklier onderactiviteit, terwijl men bij een lage TSH waarde eerder een hoge schildklieractiviteit verwacht. De storing ligt voornamelijk in de perifere schildklierwerking en niet in de functie van de schildklier zelf. Deze is meestal normaal.

Door de lage productie aan antistoffen, zal bij een virale infectie een langdurige daling van het IGF-1 kunnen optreden. We praten hier van een postviraal syndroom. Vele HPU-patiënten hadden in hun jeugd een mononucleosis-infectie beter bekend als de ziekte van Pfeiffer als gevolg van de gebrekkige afweer. De daarbij optredende daling van IGF-1 (beter de verhouding tussen vrij en gebonden IGF-1 (IGF-BP3) veroorzaakt een daling van de insuline-onafhankelijke glucose opname en uiteindelijk een sterke daling van de eiwitsynthese van de cel.


Onderzoek en behandeling van pyrrolurie
Met behulp van een laboratoriumtest kan HPL in de urine aangetoond worden. Hiervoor is een kleine hoeveelheid urine voldoende, waar een conserveermiddel aan toe moet zijn gevoegd.
Een patiënt met verhoogd HPL (>0.12 µmol/l) in de urine kan dagelijks wel 2 gram vitamine B6 nodig hebben om de uitscheiding te normaliseren. Pyridoxaal-5-fosfaat is echter veel effectiever.
Behandeling met supplementen met pyridoxaal-5-fosfaat en zink zijn succesvol gebleken voor het laten verdwijnen van een aantal schizofrenieachtige symptomen. De adem ruikt niet langer meer naar aldehyden. Ook bij zink en pyridoxaal-5-fosfaat-therapie, gecombineerd met mangaan-suppletie kan soms al binnen enkele weken resultaat opleveren en er is meestal binnen een week tijd enige verbetering waarneembaar. Totaal herstel kan echter vele maanden duren. Dit herstel duurt echter veel langer indien ook het histaminegehalte verlaagd is. De biochemische dysbalans en symptomen zullen binnen één tot twee weken na stoppen met de suppletie weer terug kunnen komen.

Mensen met HPL in hun urine hebben weinig of geen droomherinnering. Bij voldoende pyridoxaal-5-fosfaat (vitamine B6) en zinksuppletie komt de droomherinnering terug. Wanneer de pyridoxaal-5-fosfaat te hoog is, te snel wordt opgevoerd of vooral tijdens de avondmaaltijd genomen wordt, zijn de dromen echter zo levendig dat men ontwaakt en niet meer kan slapen. In deze gevallen moet de hoeveelheid, die ingenomen wordt, sterk verminderd worden.
Ook moet men erop bedacht zijn dat mensen met HPU die veel hebben meegemaakt, deze feiten eigenlijk onvoldoende verwerkt hebben; ook niet na psychotherapie. Na het gebruik van de supplementen zal de verwerking starten. Ook hier kan een te hoge dosis of een te snelle start voor de patiënt zeer nadelig zijn, zodat de patiënt in een psychose of depressie belandt.