Chronisch
Vermoeidheid Syndroom: de oorzaak, diagnose en behandeling
Een
overzicht van de literatuur
Manuel
van Tintelen D.O. M.R.O.
In het
kader van de benefiet informatiedag van MEDIVERA v/h de vereniging
ME / CVS- Huis is via MEDLINE gezocht naar de meest recente wetenschappelijke
literatuur en overzichtsartikelen (reviews) met betrekking tot de
oorzaak, diagnose en behandeling van het Chronisch Vermoeidheid
Syndroom(CVS). Tevens is in de meest recente Nederlandse reguliermedische
literatuur gezocht naar de opvattingen en benaderingswijzen van
medisch specialisten aangaande CVS. In dit artikel wordt een overzicht
gegeven van de mogelijke oorzaken, de diagnose, de reguliermedische
visie, de prognose en de behandelingen van CVS. Er wordt ingegaan
op de effectiviteit en veiligheid van zowel reguliere als alternatieve
behandelingen. Speciale aandacht wordt gegeven aan de mog-elijkheden
van osteopathie bij de behandeling van ME / CVS. Tenslotte worden
voorstellen gedaan voor toekomstig onderzoek bij CVS en voor een
optimale behandeling van de patiënt met CVS.
Samenvatting
• De oorzaak van het chronisch vermoeidheid syndroom blijft
onbekend ondanks verscheidene voorgestelde hypothesen, waaronder
immunologische, virologische, psychologische en neuroendocrine factoren.
• De diagnose is moeilijk vanwege het feit dat er geen beschikbare
laboratoriumtest is en wordt daarom voornamelijk gestoeld op de
symptomen van de patiënt.
• Het begin van de CVS-klachten lijkt veelal vooraf gegaan
te worden door een combinatie van infectie en negatieve levensgebeurtenissen.
Degenen die een virale infectie krijgen, zijn meer geneigd CVS te
ontwikkelen wanneer zij onder psychische stress verkeren.
• Behandelingen welke hoopgevende resultaten hebben laten
zien bij deelsymptomen zijn cognitieve gedragstherapie en 'graded
exercise therapy'. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende
bewijs betreffende de effectiviteit. Eén onderzoek naar de
effectiviteit van osteopathie toonde significant positieve effecten
op de totale gesteldheid van de CVS-patiënten. Osteopathie
is mogelijk een veilige en effectieve behandelmethode bij CVS.
• Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt
een zinvol advies voor CVS-patiënten. Inzicht in de gedragsfactoren
die mogelijk hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de chronische
vermoeidheidklachten is gewenst daar de prognose van CVS negatief
wordt beïnvloedt wanneer patiënten hun gezondheidstoestand
of hun aandoening toeschrijven aan louter lichamelijke factoren,
in plaats van aan stress of psychologische factoren.
• De theorie van de Hypothalomus-Hypofyse-Bijnier-as kan mogelijk
gebruikt worden bij de verklaring hoe stress tot CVS kan leiden.
• Het lijkt gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale
aandoening waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire
benadering waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding
worden gecombineerd met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding
op het vlak van de stofwisseling en voeding.
• Er is behoefte aan goede lange termijn studies met een follow-up
van 6 tot 12 maanden welke gebruik maken van gestandaardiseerde
uitkomstmaten, stratificatie strategieën om comorbiditeit te
controleren en die de mate van toename van belastbaarheid meten.
Het is aan te bevelen zulke studies ook te doen naar zowel de effectiviteit
als veiligheid van de door CVS-patiënten veel gebruikte natuurlijke
en alternatieve behandelwijzen.
Moeheid1
Moeheid wordt wel omschreven als een overweldigend, aanhoudend gevoel
van uitputting en een verminderd vermogen tot lichamelijke en geestelijke
inspanning.
Moeheid is een uitermate aspecifieke klacht met een breed spectrum
van mogelijke lichamelijke en psychische oorzaken, waarvan slechts
1-3% 'ernstig' is (ernstige ontstekingsprocessen en maligniteiten).
Voorgeschiedenis en anamnese leveren bij moeheid de belangrijkste
diagnostische informatie. Bij patiënten ouder dan 50 jaar en
bij langer dan een maand bestaande klachten zijn een volledig lichamelijk
onderzoek en een beperkt pakket eenvoudig laboratoriumonderzoek
aangewezen.
In een vroeg stadium dient men na te gaan of er sprake is van fysiologische
moeheid zoals bijvoorbeeld intensieve lichamelijke inspanning, verstoorde
slaap, overwerk, zwangerschap en jetlag. Kenmerken van deze fysiologische
moeheid zijn: een aanwijsbare relatie met belastende omstandigheden,
passend bij het gewone leven en een goede reactie op rust en slaap.
Vervolgens wordt gezocht naar aanwijzingen voor somatische, psychische
of sociale problemen als oorzaak.
Somatische oorzaken kunnen zijn: infectieziekten, cardiovasculaire
aandoeningen, gastrointestinale aandoeningen, aandoeningen van het
bewegingsapparaat, hematologische aandoeningen en hormonale stoornissen,
waaronder diabetes mellitus en hypothyreoïdie. Alleen als bij
een anemie Hb-waarden <6,5 mmmol/l gevonden worden, is er een
mogelijke relatie met de moeheid. Ook kan moeheid een bijwerking
van een geneesmiddel zijn. Vragen gericht op het uitsluiten van
infecties en maligniteiten betreffen koorts, nachtzweten, verminderde
eetlust, pijn, vermagering en veranderd defecatiepatroon. Met name
patiënten boven de 75 jaar hebben een relatief hoge voorafkans
op ernstige somatische aandoeningen zoals een maligniteit. Dyspnée
d'effort, nachtelijke dyspnoe en oedemen passen bij hartfalen. Proximale
spierpijn of - stijfheid wijst op polymyalgia rheumatica.
Van de psychische aandoeningen die zich met moeheid kunnen manifesteren,
worden angststoornissen en depressie het meest frequent gezien.
Lusteloosheid en 's ochtends al moe zijn en 's avonds minder moe
zijn past bij depressie. Ook een sombere stemming en vermagering
kunnen op depressie wijzen. Hartkloppingen of gejaagdheid kunnen
duiden op een angststoornis of hyperthyreoïdie. Wordt de patiënt
snel moe na inspanning of wordt de moeheid in de loop van de dag
erger dan is een somatische oorzaak waarschijnlijker.
Wanneer de moeheid het gevolg is van een abnormale belasting in
de leefomgeving spreekt men van een (psycho)sociaal probleem, zoals
daar zijn werkproblemen of relatie- en gezinsproblemen.
Voordelen van een algeheel lichamelijk onderzoek zijn dat het bijdraagt
aan de zekerheid van de behandelaar en de patiënt over de afwezigheid
van belangrijke somatische aandoeningen. Bevindingen bij anamnese
of lichamelijk onderzoek of een expliciet verzoek van de patiënt
kunnen reden zijn voor het (laten) doen van gericht bloedonderzoek.
Als beperkt pakket wordt in de Standaard Bloedonderzoek van het
Nederlands Huisartsen Genootschap voorgesteld: BSE, Hb, glucose
en TSH (indien afwijkend ook vrij T4). Urineonderzoek op nitriet,
leukocyten en erytrocyten is vooral bij ouderen zinvol om overigens
asymptomatische chronische urineweginfecties op te sporen.
In een aantal gevallen blijft de vermoeidheid onverklaard. Onder
bepaalde omstandigheden wordt dan van een chronische-vermoeidheidssyndroom
(CVS) gesproken.
Chronisch
Vermoeidheid Syndroom
Onder CVS wordt verstaan: minstens zes maanden bestaande, niet door
andere ziekten verklaarde vermoeidheid die het vroegere activiteitenniveau
significant reduceert (meer dan 50%), niet verbetert met rusten
en gepaard gaat met minstens vier van de volgende bijkomende symptomen:
spier- of gewrichtspijnen, concentratie- en geheugenstoornissen,
hoofdpijn, keelpijn, klierzwellingen, niet-verfrissende slaap en
malaisegevoel na inspanningen dat meer dan 24 uur duurt.2
Patiënten met CVS voldoen vaak ook aan diagnostische criteria
van andere aandoeningen zoals bijvoorbeeld fibromyalgie en multiple
chemische overgevoeligheid. Deze overlap suggereert dat deze 'functionele
somatische aandoeningen' varianten van elkaar zijn. Dit wil niet
zeggen dat deze syndromen dezelfde pathobiologische processen en
oorzaken hebben. Zo heeft men bij fibromyalgiepatiënten verhoogde
spiegels van substance P gevonden in de liquor cerebro spinalis
en ook dat zij verlaagde pijndrempels hebben terwijl dat bij CVS-patiënten
niet het geval is. De vermoeidheid die gezien wordt bij fibromyalgiepatiënten
is wellicht secundair aan de chronische slaapstoornissen door de
pijn, terwijl de vermoeidheid bij CVS-patiënten primair is.3
Depressie, angst en depressieve symptomen worden vaak gezien bij
mensen met het CVS.4 Ongeveer 70% van de mensen met CVS heeft last
van slaapstoornissen.5
CVS heeft een fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke
remissies. De vermoeidheid en de andere symptomen kunnen fluctueren
in termen van dagen en weken. Ook het energieniveau over de dag
fluctueert. Het energieniveau is meestal het laagst aan het eind
van de middag.4
De oorzaken
van CVS
De oorzaak van CVS blijft onbekend ondanks verscheidene voorgestelde
hypothesen, waaronder immunologische, virologische, psychologische
en neuroendocrine factoren. De diagnose is ook moeilijk vanwege
het feit dat er geen beschikbare laboratoriumtest is en wordt daarom
voornamelijk gestoeld op de symptomen van de patiënt.
Er zijn gegevens die wijzen op een mogelijk onderliggend immunologisch
probleem als oorzaak van CVS. Sommige patiënten met CVS hebben
namelijk een dysregulatie van het 2,5 ribonuclease-L antivirale
afweersysteem.
Anderen zien CVS gerelateerd aan depressie of andere psychiatrische
aandoeningen. Patiënten met CVS en depressie hebben echter
andere profielen dan patiënten met alleen een depressie. Patiënten
met CVS hebben minder zelfverwijt en meer somatische symptomen dan
depressieve mensen, minder persoonlijkheidstoornissen en een ander
immunologisch profiel. CVS-patiënten hebben ook eerder een
'down-regulation' van de hypofyse-bijnier as dan een 'up-regulation'
dat vaak het geval is bij depressieve mensen.3 Bij CVS-patiënten
is een verminderde cortisolspiegel en een gestegen functie van serotonine
gevonden. Deze afwijkingen verschillen van bevindingen die bij depressieve
mensen zijn gevonden: verhoogd cortisol en verlaagde serotonine
functie.4
Een andere uitleg voor CVS is dat het een vorm van somatoforme stoornis
is, wat gediagnosticeerd kan worden bij patiënten met vele
jaren aanwezige klachten, van uiteenlopende aard, zonder aanwijsbare
organische basis. Deze diagnose is echter afhankelijk van de clinicus.
De behandelaar die niet gelooft in een organische basis van CVS
zal sneller de diagnose somatoforme stoornis diagnosticeren, ook
al voldoen de symptomen van de CVS-patiënt niet aan diagnostische
en statistische criteria voor somatoforme stoornis. In feite voldoet
maar 5% van de CVS-patiënten aan de strenge criteria voor een
somatoforme stoornis. Dat mensen met het CVS baat kunnen hebben
bij cognitieve gedragstherapie (CGT) wil niet noodzakelijk zeggen
dat CVS van psychische origine is. CGT kan bijvoorbeeld ook symptomen
van patiënten met andere chronische aandoeningen zoals rheumatoïde
arthritis verminderen.
Er zijn studies waarbij aanwijzingen voor een subtiele encephalopathie
zijn gevonden. Dit zou voornamelijk gelden voor CVS-patiënten
zonder gelijktijdige psychopathologie. De meest gevonden afwijking
in de hersenen betreft een kleine T2 gewogen laesie in de frontale
hersenkwab.3 Tot op heden is er echter nog geen specifiek patroon
van cerebrale afwijkingen gevonden dat uniek en kenmerkend is voor
CVS.4
Bij 50-85% van de CVS-patiënten zijn er cognitieve problemen
die voor een groot gedeelte bijdragen tot hun dysfunctioneren op
sociaal gebied en betreffende de werksituatie. Mogelijk dat de cognitieve
problemen te maken hebben met de cerebrale afwijkingen of de mogelijk
aanwezige verlaagde cortisolspiegel en de toegenomen functie van
de neurotransmitter serotonine. Afgenomen handelingssnelheid, verminderd
'arbeidsgeheugen' en opnamevermogen voor informatie zijn de meest
voorkomende cognitieve dysfuncties bij CVS-patiënten.4
In 85% van de gevallen ontstaat CVS plotseling. Dit wordt meestal
gekarakteriseerd door een virale of infectieusachtige aandoening,
maar kan ook volgen na een ongeval of periode van veel stress. 4
Diverse onderzoeken zijn gedaan naar voorafgaande risicofactoren
voor het ontstaan van CVS. Zo is gevonden dat in het jaar voorafgaand
aan het ontstaan van CVS 85% van de patiënten een stressvolle
gebeurtenis had in tegenstelling tot 6% in een controlegroep. Ook
vond men dat 95% van de CVS-patiënten toegenomen stressperiodes
in de vijf jaar voor het ontstaan van de klachten had in tegenstelling
tot 55% van de controlegroep. Het hoogste risico lag bij mensen
die drie of meer oorzaken van psychische- of lichamelijke stress
rapporteerden. Drie maanden voorafgaand aan het begin van de CVS-klachten
is er een tweevoudige toename in voorkomen van infecties en negatieve
levensgebeurtenissen gevonden. Degenen die een virale infectie hadden
waren meer geneigd CVS te ontwikkelen wanneer zij onder psychische
stress verkeerden. Emotionele stress kan de symptomen van CVS verergeren
en stress kan zoals bij veel aandoeningen een rol spelen in het
ontstaan of verergeren van de klachten. Mogelijk spelen veranderde
plasmaspiegels van stresshormonen (catecholamines) en andere factoren
die de doorlaadbaarheid van de bloed- hersen- barrière beïnvloeden
een rol. Een toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barrière
tijdens stress kan er voor zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel
(CZS) kunnen binnenkomen.6 Mogelijk dat dit de verklaring is van
het ontstaan van CVS na de combinatie stress en virale infectie
en dat dit de oorzaak is van de gevonden afwijkingen in het CZS.
Therapie
Behandelingen zijn voornamelijk gericht op symptomen zoals spierpijn,
slaapregulatie, affectieve symptomen en vermoeidheid. Immunologische
en farmacologische behandelingen zijn het meest op hun effectiviteit
onderzocht, terwijl complementaire of alternatieve behandelwijzen
het minst frequent zijn onderzocht. Behandelingen welke hoopgevende
resultaten hebben laten zien bij deelsymptomen zijn CGT en 'graded
exercise therapy'. Voor andere behandelwijzen van CVS is er onvoldoende
bewijs betreffende de effectiviteit.7 In de cognitieve gedragstherapie
vormen dagelijkse zorgen, coping-mechanismen, pijngedrag, sociale
steun, opvattingen, oordelen en verwachtingen in plaats van de opdringende
traumata een basis voor onbegrepen lichamelijke klachten (OLK).
Volgens een werkgroep, de Paarse Brandnetel, convergeren de psychologische
verklaringen naar een biopsychosociaal model met cognitie, coping
en emotie als hoofdbestanddelen. Negatieve emotie, negatief copinggedrag
en negatieve cognitie hebben waarschijnlijk een neurofysiologische
grondslag in het limbisch systeem8 (een aantal hersenkernen van
belang bij emoties en heeft belangrijke relaties met o.a. het vegetatieve
systeem en de hormonale regelsystemen). Men kan deze elementen opsporen
en bewustmaken en patiënten vervolgens leren daar anders tegenaan
te kijken, bijvoorbeeld met behulp van cognitieve gedragstherapie.
'Graven naar trauma's blijkt weinig effect te hebben. Ook alleen
maar er over praten helpt niet. Wat je moet doen, is mensen anders
naar hun problemen leren kijken. Reattributie heet dat: het glas
is niet half leeg, maar half vol. Dat is het enige dat werkt bij
OLK' aldus huisarts Joost Zaat, lid van de Paarse Brandnetel.8 In
de psychiatrie ziet men CVS als een somatoforme stoornis, een OLK
van psychofysiologische aard en berust nogal eens op een traumatische,
althans zeer ingrijpende levenservaring. Deze klachten zouden met
CGT en klachtenonafhankelijke oefeningen behandeld moeten worden
volgens de Loos, internist en consulent voor psychotraumatologie.9
In goed gecontroleerde experimenten naar het effect van CGT met
heel geselecteerde groepen van patiënten blijkt het resultaat
hoopgevend. De effecten zijn op lange termijn echter mager en de
onderzoeken hadden te maken met veel 'dropouts'. Van alle onderzoeken
naar de effecten van behandelingen van CVS waren de grootste aantallen
uitvallers zelfs te zien bij gedragstherapieën!7 Hoe zeer effectief
CGT in de dagelijkse praktijk is, weten we nog steeds niet.10
Studies naar farmacologische behandelingen gericht op immunologische
aspecten laten vaak uitvallers zien als gevolg van bijwerkingen.
De effecten van deze behandelingen zijn beperkt en de resultaten
zijn niet overtuigend.10
Studies naar de effectiviteit van het gebruik van essentiële
vetzuren lieten enkele effecten zien evenals het gebruik van magnesium.
Essentiële vetzuren spelen een belangrijke rol in de functioneren
van de bloed- hersen- barrière.6 Eerder in dit artikel besprak
ik al de toegenomen doorlaatbaarheid van de bloed- hersen- barrière
tijdens stress en dat dit kan zorgen dat virussen het centrale zenuwstelsel
(CZS) kunnen binnenkomen. Wellicht dat een viraal geïnduceerde
deficiëntie van essentiële vetzuren, een al aanwezige
deficiëntie en / of een defect in het metabolisme van deze
vetzuren bij bepaalde CVS-patiënten er voor zorgen dat de integriteit
van de bloed- hersen- barrière verstoord wordt. Mogelijk
dat correctie van deze deficiëntie van essentiële vetzuren
een positief effect op het ziektebeloop kan verklaren.
Het gebruik van leverextracten bleek na onderzoek niet effectief.7
Overigens blijkt dat het gebruik van orgaan- en weefselextracten
lang niet altijd zonder (gevaarlijke) bijwerkingen gepaard gaat.
Zo zijn er in de literatuur vele ernstige bijwerkingen als anafylactische
en anafylactoïde reacties gemeld na het gebruik van bijvoorbeeld
extracten van runderhersenen, rode beenmerg, lever en thymus.11,12
Ook bij het gebruik van enzympreparaten en plantaardige middelen
zijn inmiddels al veel bijwerkingen gemeld in de literatuur.11 Manie13
en leverontstekingen14 zijn voorbeelden van ernstige bijwerkingen
die gemeld zijn na gebruik van plantaardige c.q. kruidenpreparaten.
Het vaak gebruikte motief van 'baat het niet dan schaadt het niet'
van mensen om alternatieve behandelwijzen of vrij verkrijgbare supplementen
te gebruiken lijkt uit deze meldingen niet gerechtvaardigd. Ondanks
dat vele patiënten aangepaste diëten volgen, is er wat
betreft onderzoek naar de effectiviteit ervan in de literatuur (nog)
niets te vinden. Ervaringen van patiënten en berichten in minder
wetenschappelijk gefundeerde literatuur over de positieve effecten
van pacing,15 het volgen van het bloedgroepdieet16 en van het aanvullen
van veronderstelde deficiënties als gevolg van hemopyrrollactamurie
(HPU)17,18 worden vooralsnog niet bevestigd door wetenschappelijke
publicaties over de effectiviteit.
Eén behandelwijze liet effecten zien op de totale gesteldheid
van CVS-patiënten. Het betrof een studie naar de effectiviteit
van osteopathie maar was helaas van 'magere kwaliteit'.19 Osteopathie
lijkt echter een zeer veilige behandelmethode wat blijkt uit een
onlangs verrichte literatuurstudie.20
Osteopathie
Osteopathie is een manuele, diagnostische en therapeutische benadering
van de gewrichts- en weefselbeweeglijkheid in het algemeen, bij
hun aandeel in het ontstaan van ziekteverschijnselen. Osteopathie
is een manuele geneeswijze omdat de osteopaat gebruik maakt van
zijn handen (manueel) om bewegingsbeperkingen op te heffen met als
doelstelling de genezing van de patiënt te stimuleren en deze
zo van zijn of haar klachten of ziekte te verlossen.
Deze bewegingsbeperkingen kunnen gelegen zijn in het bewegingsapparaat,
in de omhullingen van de organen en die van het zenuwstelsel (wervelkolom
en schedel). Zo bleek uit onderzoek dat 78% van een groep CVS-patiënten
een verhoogde spanning had ter hoogte van de schedelbasis (SSB).21
Ook kwamen bewegingsbeperkingen ter hoogte van de nekwervels (C3,
C4, C5) regelmatig voor (resp. 44,4%, 44,4% en 55,6%). In de borstwervelkolom
kwamen zowel hoog (T1, T2, T3 resp. 72,2%, 50% en 72,2%) als laag
(T9 en 12, resp. 50% en 72,2%) frequent mobiliteitsdysfuncties voor.
In het bekken, ter hoogte van het sacro-iliacale gewricht werden
in hetzelfde onderzoek, uitgevoerd bij 18 CVS-patiënten veel
beweeglijkheidsbeperkingen gevonden. Het enkelgewricht was volgens
de onderzoeker bij 66,7% in beweeglijkheid gestoord. Naast de genoemde
beperkingen in de schedel, wervelkolom en voet waren de organen
ook vaak in hun beweeglijkheid gestoord. Lever, galblaas en omentum
minus regio (tussen lever, maag en twaalfvingerige darm) werden
frequent (72,2%) met een verstoorde beweeglijkheid gevonden. Tevens
waren er vaak stoornissen in de mobiliteit van de dikke darm (55,6%),
de twaalfvingerige darm (55,6%) en de longen (50%) te vinden bij
deze groep CVS-patiënten. Mogelijk dat de vermelde stoornissen
in de beweeglijkheid van de diverse lichaamsstructuren een invloed
kunnen hebben op het ontstaan, het onderhouden en / of de intensiteit
van CVS.
Dat osteopathie een positief effect kan hebben op de intensiteit
van de klachten bij CVS bleek uit onderzoek door de Britse osteopaat
Perrin.19 In de met osteopathie behandelde groep CVS-patiënten
bleek na een jaar dat de klachten met gemiddeld 40% waren afgenomen.
Deze verbetering was significant beter dan die in de niet manueel
behandelde controlegroep, waar zelfs een gemiddelde achteruitgang
van 1% te zien was. De mate van spiervermoeidheid nam af door osteopathische
behandeling van het bewegingsapparaat. Ook namen de rugklachten
af, nam de mate van depressiviteit en angst af, verbeterde het slapen,
de cognitieve functies en de algemene symptomen welke geassocieerd
zijn met CVS. Mogelijk dat het effect van osteopathische behandeling
bij CVS is te verklaren door een verbeterd functioneren van het
(vegetatieve) zenuwstelsel, het immuunsysteem en de organen, en
een verbeterde doorbloeding van de skeletspieren. Deze resultaten
en hypothesen worden ondersteund door de resultaten uit andere verrichtte
onderzoeken. Daaruit blijkt namelijk dat osteopathie een positief
effect kan hebben op de immuunrespons en op de spierspanning. Daarnaast
zijn er studies die laten zien dat prikkelbare darmklachten, frequent
voorkomend bij CVS, significant verbeteren na osteopathische interventie
en dit geld ook voor klachten als hoofdpijn, migraine, bekkeninstabiliteit
en andere pijnklachten in het bewegingsapparaat.22
De resultaten van Perrin vormen nog niet het bewijs voor de effectiviteit
van osteopathie bij de behandeling van CVS. Dit daar de kwaliteit
van het onderzoek getoetst volgens zowel wetenschappelijke7 als
osteopathische criteria niet aan de belangrijkste eisen voldoet.23
Toch mogen de uitkomsten van studie van Perrin veelbelovend genoemd
worden en deze resultaten rechtvaardigen vervolg onderzoek. Ook
uit onderzoek bij migrainepatiënten werd een verbetering van
vermoeidheidsklachten gezien na osteopathische behandeling. Deze
vetbetering was na een jaar 23% tegenover 13% in de controlegroep,
maar was niet significant. Indien osteopathie gecombineerd werd
met voedingsaanpassing na consultatie van een natuurarts namen de
klachten in grotere mate af dan wanneer alleen osteopathisch behandeld
werd.23 Dit toont het belang van een multidisciplinaire aanpak van
vermoeidheidsklachten, waarover verderop in dit artikel meer.
Kwetsbare
mensen
Zoals boven beschreven ziet men in de psychiatrie CVS als een somatoforme
stoornis (een zogeheten substraatloze aandoening). Ook RSI, whiplash,
fibromyalgie en stemmings- en angststoornissen zouden net als CVS
ook gerekend worden tot de somatoforme stoornissen en te verklaren
zijn als een reactie van het lichaam op gevoelens van machteloosheid
en stress. Al deze in de reguliere geneeskunde onbegrepen symptomen
zouden een syndroom vormen en het zou gaan om een ontregeling van
de Hypothalamo-hypofyse-bijnier as (HHB-as),volgens de Nederlandse
psychiaters Koerselman en Zitman.10
Negatieve emotionele belevingen als depressieve klachten kunnen
net als pijn en koorts een signaal zijn. Een signaalwaarde is zinvol
en heeft een aanpassingsfunctie. Veel patiënten met 'onbegrepen
lichamelijke klachten' hebben een ziektebeleving waarbij deze processen
verstoord zijn, aldus Koerselman in Medisch Contact. 'De lichamelijke
sensaties van deze mensen kunnen heel goed reëel zijn, maar
ze kunnen versterkt worden. Sommige patiënten raken excessief
gefocust op hun klachten en gaan denken in termen van alles of niets:
'eerst moeten de klachten weg, dan ga ik er weer over denken om
aan het werk te gaan.' Deze mensen hebben het gevoel dat ze in hun
territorium, in hun autonomie worden bedreigd. Er overkomt ze iets
wat ze niet hebben gewild, wat ich-fremd is. Het is een soort aanval.
Mensen die daar gevoelig voor zijn, lopen een groot risico op het
krijgen van een somatoforme stoornis.10
De prognose van CVS wordt vervolgens nog eens negatief beïnvloed
wanneer patiënten hun gezondheidstoestand of hun aandoening
toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan
stress of psychologische factoren.7
Patiënten met CVS en fibromyalgie blijken hun klachten vaak
toe te schrijven aan een somatische ziekteoorzaak. Anderen brengen
hun klachten in verband met psychische stress, emotionele traumata,
depressie of angst. Een uitsluitend somatische attributie houdt
meer risico's in op gevoelens van hulpeloosheid en demoralisatie,
evenals vermijding van activiteiten, waardoor de klachten in stand
worden gehouden of verergeren.24
Luisteren naar wat het lichaam te vertellen heeft lijkt een zinvol
advies voor CVS-patiënten. 'Ben ik wellicht over mijn grenzen
gegaan en zou het wellicht verstandig zijn in de toekomst zorgvuldiger
met mijn energie- en pijnmechanismen om te gaan?' In de psychiatrie
ziet men hierbij ook een rol weggelegd voor CGT: de behandeling
richt zich specifiek op misattributies en conditioneringen, ook
in relatie tot emoties, en die zouden het hart vormen van deze a-specifieke
klachen.
De verklaring hoe stress tot CVS kan leiden is mogelijk via de theorie
van HHB-as.
Deze HHB-as is het neurohormonale stress-systeem dat ons in staat
stelt adequaat te reageren onder allerlei vormen van spanning. Wanneer
dit systeem goed functioneert waarschuwt het ons middels pijn- en
vermoeidheidssignalen wanneer de belasting de draagkracht te boven
gaat. En in acute situaties kan het systeem pijn en vermoeidheid
onderdrukken. Eerder werd al in dit artikel gewezen op de gevonden
afwijkingen van de hypofyse-bijnier-as, het serotonerge en immuunsysteem
bij CVS. Stress uit zich in cortisolproductie van de bijnierschors.
Cortisol en andere corticosteroïden hebben invloed op het functioneren
van de genoemde systemen. Cortisol remt ontstekingsprocessen, bevordert
de opbouw van cellen, heeft een directe invloed op hersenfuncties
als slaap, libido, eetlust, motivatie, concentratie en het vermogen
zich ingrijpende gebeurtenissen te herinneren. Deze processen zijn
bij CVS vaak alle in mindere of meerdere mate verstoord. Een bekend
gegeven is ook dat een langdurig verhoogde of verlaagde cortisolspiegel
(zoals bij CVS) een nadelig effect heeft op het functioneren van
neuronen in het brein, met name in de hippocampus, de limbische
structuur die nauw betrokken is bij processen van leren en geheugen.
Blootstelling aan ernstige stress kort na de geboorte kan tot een
duurzaam afwijkende instelling van het HHB-systeem leiden, hetgeen
op latere leeftijd tot gedragsstoornissen kan leiden. Zeer waarschijnlijk
bestaat er ook een genetisch bepaalde kwetsbaarheid: stemmings-
en angststoornissen en aspecifieke klachten komen in bepaalde families
meer voor en ook studies bij tweelingen laten dit verband zien.
Corticosteroïden kunnen bovendien ook de expressie van genen
regelen, mogelijk met een verhoogde kwetsbaarheid voor depressies
als gevolg. De HHB-as staat zo onder invloed van psychosociale en
erfelijke factoren. De erfelijke aanleg kan zich vertalen in de
persoonlijkheidsstructuur. Indien je vroeg in het leven slachtoffer
bent geworden van een of meer akelige, stresserende gebeurtenissen
en je bent daarvoor gevoelig door je type persoonlijkheid, dan maakt
je dat later waarschijnlijk nog kwetsbaarder voor nieuwe ellende.10
De gevoeligheid kan nog eens extra belast worden door een overactieve
levenstijl (extreme gedrevenheid, prestatiegerichtheid, perfectionisme,
neiging zichzelf weg te cijferen, en moeilijk grenzen kunnen stellen
aan eisen van anderen) en fysieke en / of psychologische stressvolle
gebeurtenissen.
Bij CVS zou volgens psychiater Van Houdenhove evenals bij fibromyalgie
sprake zijn van een verstoorde relatie tussen willen en kunnen.
De frequente -aan het ziek worden voorafgaande- overactieve levenstijl
van vele CVS- en fibromyalgiepatiënten, lijkt daarin zijn oorsprong
te vinden. Een gebrek aan gevoel van gewaardeerd, erkend en geliefd
worden zou heel goed aan de basis kunnen liggen van de overactieve
levenstijl van de potentiële CVS-patiënt.
Soms, en niet zelden onverwachts, kan bij deze patiënten de
energie opnieuw gaan stromen. Het willen lijkt weer gevoed te worden
door het kunnen. De geblokkeerde energie lijkt gedeblokkeerd te
kunnen worden als ze weer ergens naartoe kan stromen, bijvoorbeeld
naar een haalbaarder, aantrekkelijker of belangrijker doel. Anders
gezegd: als de wil weer een weg heeft. En, misschien nog wel belangrijker,
als zij, in wat ze doen, door betekenisvolle anderen erkend, geliefd
en gewaardeerd gaan voelen.24
Prognose
De prognose van CVS wordt zoals eerder besproken negatief beïnvloedt
wanneer patiënten hun gezondheidstoestand of hun aandoening
toeschrijven aan louter lichamelijke factoren, in plaats van aan
stress of psychologische factoren.
Minder dan 10% van de CVS-patiënten blijkt uiteindelijk terug
te keren naar het vroegere functioneringsniveau. Anderzijds zegt
meer dan de helft na verloop van maanden of jaren minder klachten
te hebben.24 Ander onderzoek laat zien dat een controlegroep na
een jaar niet verbeterd of zelfs 1% verslechterd.19 Oudere leeftijd,
zeer lang aanhoudende klachten (was het geval bij onderzoek Perrin
e.a.),19 het vermelde hardnekkige geloof in een somatische oorzaak,
bijkomende en onbehandelde psychiatrische stoornissen, evenals langdurige
vermijding van activiteiten impliceren allemaal een slechtere prognose.
Het verloop van CVS bij kinderen is wel aanzienlijk gunstiger dan
bij volwassenen.24
Toekomstig
onderzoek
Onderzoekers zijn geneigd hun favoriete theorieën te testen
en doen zelden bevestigende studies. Ook vergelijken studies vaak
data van inactieve CVS-patiënten met gezonde proefpersonen
die extreem actief kunnen zijn. De verschillen tussen de beide groepen
komen dan niet door de aandoening maar door het verschil in activiteitniveau
en conditie. Dit verlaagt de betrouwbaarheid van de verkregen uitkomsten
uit onderzoek dat tot nu toe is verricht.
Dit is voorts ook het geval daar CVS-patiënten een heterogene
groep vormen met frequente comorbiditeit (bijv. depressie, fibromyalgie,
prikkelbare darmsyndroom) waarvan de aanwezigheid de uitkomsten
van onderzoek kan beïnvloeden. Stratificatie strategieën
om genoemde comorbiditeit te controleren zou de homogeniteit van
studiegroepen ten goede komen en helpt mogelijke organische oorzaken
te isoleren in subgroepen van patiënten met CVS.
Het fluctuerend verloop met exacerbaties en gedeeltelijke remissies
en fluctueren van het energieniveau in termen van dagen en weken
toont het belang van longitudinale studies met herhaalde metingen.
Lange termijn studies met een follow-up van 6 tot 12 maanden zijn
nodig om er zeker van te zijn dat het resultaat van de behandeling
zelf komt en niet het gevolg is van een fluctuerend verloop van
de aandoening.
Een goede graadmeter voor de mate van effectiviteit van een behandeling
zou kunnen zijn: de mate van toename van belastbaarheid meten in
de toename van het aantal werkuren, terugkeren naar de werkvloer
of school of toegenomen lichamelijke activiteiten. Er is behoefte
om gestandaardiseerde uitkomstmaten te gebruiken in toekomstige
studies naar de effectiviteit van behandelwijzen bij CVS, zodat
de resultaten van studies onderling vergeleken kunnen worden.
Daar behandelwijzen niet alleen beoordeeld worden op basis van hun
effectiviteit maar onder andere ook op basis van risico's en veiligheid
lijkt het aan te bevelen studies te doen naar zowel de effectiviteit
als veiligheid van de door CVS- patiënten veel gebruikte natuurlijke
en alternatieve behandelwijzen. Osteopathie en gebruik van supplementen
als magnesium en essentiële vetzuren lijken voorlopig de meest
effectieve en veilige complementaire behandelmethoden voor mensen
met het CVS.
Uitgaande
van de huidige, in dit artikel beschreven, beschikbare kennis lijkt
het gerechtvaardigd CVS te zien als een multicausale aandoening
waarbij de optimale behandeling bestaat uit een interdisciplinaire
benadering.
Concluderend sluit ik mij daarom graag aan bij de wens van Van Houdenhove
dat 'men hopelijk in de komende jaren ook gaat inzien dat interdisciplinaire
projecten vruchtbaardere onderzoekshypothesen en -resultaten kunnen
opleveren, dan wanneer somatische en psychosociale disciplines,
zonder veel onderling contact, hun eigen gang gaan.24
Ik denk hierbij aan interdisciplinaire behandelstrategieën
waar psychosociale- en activiteitsgebonden begeleiding worden gecombineerd
met osteopathische behandeling en zo nodig begeleiding op het vlak
van de stofwisseling en voeding.
Literatuur
1. De Vries H, Fechter MM, Koehoorn J, Claessen FAP, De Haan M.
Moeheid. Huisarts Wet 2002;45(1):27-31
2. Fukuda K et al., The chronic fatigue syndrome: a comprehensive
approach to its definition and study. Annals of Internal Medicine
1994;121:953-959.
3. Natelson BH. Chronic Fatigue Syndrome. JAMA 2001;285:2557-2559
4. Michiels V, Cluydts. Neuropsychological functioning in chronic
fatigue syndrome: a review. Acta Psychiatr Scand 2001;103:84-93.
5. Morris R, Sharpe M, Sharpley A, Cowen P, Haughton K, Morris J.
Abnormalities of sleep in patients with chronic fatigue syndrome.
BMJ 1993;306: 1161-1164.
6. Bested AC, Saunders PR, Logan AC. Chronic fatigue syndrome: neurological
findings may be related to blood-brain barrier permeability. Medical
Hypotheses 2001;57(2):231-237.
7. Whiting P, Bagnall A, Sowden AL, Cornell JE, Molrow CD, Ramirez
G. Interventions for the Treatment and Management of Chronic Fatigue
Syndrome. A Systematic Review. JAMA 2001;286:1360-1368.
8. Maassen H en Crul BVM. Medisch Onkruid. Onbegrepen lichamelijke
klachten. De Paarse Brandnetel vraagt aandacht voor onbegrepen lichamelijke
klachten. Medisch Contact 2001;56(48): 1760-1764.
9. Loos WS de. Op zoek naar de bron. Onbegrepen lichamelijke klachten.
Psychiatrie maakt het 'mysterieuze' begrijpelijk. Medisch Contact
2001;56(50):1845-1848.
10. Maassen H. Ontregelde functies. Somatoforme stoornissen als
een biologische reactie op stress. Onbegrepen lichamelijke klachten.
Medisch Contact 2002;57:280-283.
11. De Smet PAGM, Pegt GWM, Meyboom RHD. Acute circulatoire shock
na toepassing van het niet-reuliere enzympraparaat Wobe-Mugos. Ned
Tijdschr Geneesk 1991;135(49):2341-2344.
12. Moore N, Coquerel A, Hannequin D, Senant J, Lees O, Sauger F.
Exacerbation of multiple sclerosis during therapy that included
brain extracts. The Medical Journal of Australia 1988;149:343-344.
13. Guzelcan Y, Scholte WF, Assies J, Becker HE. Manie tijdens het
gebruik van een combinatiepreparaat met sint-janskruid (Hypericum
perforatum). Ned Tijdschr Geneesk 2001;145(40):1943-1945.
14. Crijns APG, De Smet PAGM, Van Den Heuvel M, Schot BW, Haagsma
EB. Acute hepatitis na gebruik van een plantaardig preparaat met
stinkende gouwe (Chelidonium majus). Ned Tijdschr Geneesk 2002;146(3):124-128.
15. Terluin B. Journaal. Artsen en patiënten eens over chronische
vermoeidheid. Huisarts Wet 2002;45(4):161.
16. Hoffman C. Het bloedgroep dieet, een praktische handleiding.
De kern Baarn 2000, derde druk.
17. Graaf T de. HPU De 'herontdekking' van een ziekte. Ortho 2002
(1):5-8.
18. Graaf T de. HPU De 'herontdekking' van een ziekte. Deel 2. De
behandeling. Ortho 2002 (2): 58-62
19. Perrin RN, Edwards J, Hartley P. An evaluation of the effictiveness
of osteopathic treatment on symptoms
associated with Myalgic Encephalomyelitis. A preliminary report.
Journal of Medical Engineering and Technology 1998;22(1): 1-13.
20. Tintelen M van. De Veiligheid van Osteopathie: een overzicht
van de literatuur tussen 1966 en 2001. De Osteopaat 2001;2(4):22-30.
21. Haanappel B. Inventarisatie van osteopathische letsels bij ME-patiënten.
Yearbook 1996. The International Academy of Osteopathy.
22. Tintelen M van. De Effectiviteit van Osteopathie. Een systematisch
en kritisch overzicht van de literatuur tussen 1966 en 2001. De
Osteopaat 2002 3(1):3-12.
23. Tintelen M van. Een onderzoek naar de effectiviteit van osteopathie
bij de behandeling van migrainepatiënten. Thesis gepresenteerd
voor de jury van de Belgische Vereniging voor Osteopathie, Antwerpen
juni 2001.
24. Van Houdenhove B. Moe in tijden van stress. Luisteren naar het
chronische vermoeidheid syndroom. Lannoo, Tiel 2001.
auteur:
Manuel van Tintelen D.O. M.R.O. is praktiserend osteopaat en werkzaam
voor de Stichting voor Wetenschappelijk Osteopathisch Onderzoek.
osteo@hetnet.nl
Voor meer informatie over osteopathie kunt u terecht op de site
van de Nederlandse Vereniging voor Osteopathie: www.osteopathy.nl
|