De
apex-resectie: een doekje voor het bloeden
F.J.M. Neelissen, tandarts-acupuncturist
In de
tandheelkundige praktijk is de apex-resectie een regelmatig terugkerende
behandeling. Deze wordt meestal door een kaakchirurg uitgevoerd.
Echter ook de algemeen practicus is vaak in staat deze ingreep uit
te voeren, vooral in het front, waar technisch gezien de problemen
niet zo groot zijn. Deze behandeling houdt in, dat de punt van de
wortel met het eraan vastzittende al dan niet ontstoken granuloom
verwijderd wordt. Daarbij wordt de opening van het wortelkanaal
afgesloten.
Vroeger
gebeurde dit met amalgaam, tegenwoordig gebruikt men hiervoor andere,
minder toxische materialen zoals composiet of glasionomeercement.
Eventueel wordt het omringende bot uitge- fraisd wanneer de begrenzing
van het granuloom niet duidelijk is. Een variant hier op is om de
punt van de wortel intact te laten en uitsluitend het granuloom
te verwijderen. De apex wordt dan gecuretteerd.Misschien ten overvloede
moet gezegd worden, dat in zulke situaties de tand of kies altijd
dood is.
De indicatie
voor deze behandeling is tweeërlei: Pijn door een ontsteking
aan de wortelpunt, al dan niet in combinatie met een fistel of de
röntgenologische bevinding van een radiolucentie aan de apex
van een element. In dit laatste geval wordt preventief het granuloom
verwijderd wanneer men het element niet erg vertrouwt en men toch
bv. een kroon wil maken.In de praktijk blijkt heel vaak, dat er
een recidief optreedt en men alsnog een tweede maal een apex-resectie
moet doen of het element moet extraheren. Blijkbaar heeft de behandeling
dan geen succes gehad.
Gesteld
moet worden, dat de apex-resectie een symptomatische behandeling
is. Het dode element veroorzaakt de ontsteking, de ontsteking wordt
weggehaald en het avitale element, de oorzaak dus, blijft zitten.
Zo'n apex-resectie kan natuurlijk op korte termijn succes hebben.
Immers, de pijn verdwijnt en er kan sprake zijn van bot-ingroei
in het gemaakte defect. Uit onderzoek echter (1) is gebleken, dat
in dit bot de kanalen van Havers ontbreken en er dus gesproken moet
worden van pathologische botvorming.
Regelmatig
zien we, dat granulomen steriel zijn. Ook het secretievocht uit
de fistel is vaaksteriel. Het ontstaan van een granuloom moet gezien
worden als een prestatie van het lichaam tegen een agressor, nl.
het avitale element. Als het ware wordt een barrière opgebouwd
tegen toxische producten uit het element, die daar ontstaan omdat
de pulpa afsterft. Gedenatureerde eiwitten als mercaptaan en thio-ether,
die carcinogeen zijn en niet door de lever afgebroken kunnen worden,
bacteriën en toxinen van bacteriën zijn daar het gevolg
van. Deze bacteriën ondergaan veranderingen, zij worden polymorph,
muteren, adapteren zich, veranderen, worden kleiner, anaëroob,
virulenter en toxisch er dan voorheen.
De eerste
handeling van de tandarts is dan een zenuwbehandeling. De zenuw,
of dat wat er van over is, wordt uit het elemént verwijderd
en het kanaal (of, als er meerdere wortels zijn, de kanalen) wordt
opgevuld met bv. gutta-percha in combinatie met een cement. Dit
leidt vaak tot succes.
Dit
succes wordt voor het grootste deel bepaald door het weerstandsniveau
van de patiënt. Daalt dit niveau, dan kan het granuloom gaan
ontsteken omdat het dode element als agressor dan zijn kansen krijgt.
Immers, een dood element is per definitie ongezond en hoort eigenlijk
in de kaak niet thuis. Niettemin kunnen er argumenten zijn om zo'n
element te willen behouden, esthetiek of kauwvermogen kunnen een
rol spelen.
Vaak wordt vergeten, dat in het tandbeen uitlopers van de zenuw
zitten. Tezamen met de zenuw in het grootste kanaal beantwoordt
dit materiaal aan het Systeem van Pischinger. Deze uitlopers bevinden
zich in zgn. tubuli in het tandbeen. Wanneer al deze tubuli van
één element naast elkaar gelegd zouden worden, dan
ontstaat er een buis van ongeveer 3-4 kilometer. Deze buis is ontoegankelijk
voor het instrumentarium van de tandarts en kan dus niet schoongemaakt
worden. Het grootste probleem van een dood element zit dus in het
tandbeen en is de reden, dat er zo vaak door avitale elementen focale
storingen ontstaan. Het lichaam neemt dus maatregelen tegen deze
belasting door granuloomvorming aan de apex.
Een
enkele keer zien we ook deze granuloomvorming aan de zijkant van
het element. Hier zijn dan grotere laterale kanalen te vinden, waartegen
het lichaam ook bescherming gezocht heeft. Bij een apex-resectie
wordt nu de prestatie van het lichaam, nl. de barrière tegen
de toxische producten van het tandbeen, weggehaald. Hierdoor kunnen
de toxische producten vrijuit het lichaam binnendringen. We zien
dan ook, dat na een apex-resectie het element zeer vaak een focale
storing wordt en binnen de biologische tandheelkunde is men dan
ook niet zo enthousiast over deze ingreep.
Het
element is voortdurend als een tijdbom aanwezig en een verlaging
van de weerstand, bv. door een virusinfectie of stress, kan deze
bom doen afgaan en er ontstaat kiespijn. We zien ook vaak, dat mensen
met kiespijn een slechte conditie hebben. Wat de laatste jaren in
de tandheelkundige praktijk opvalt is, dat we niet zo vaak meer
forse abcessen zien met dikke wangen en koorts. Men zou kunnen denken,
dat dit een verbetering betekent. Het tegendeel is waar: de kwaliteit
van het immuunsysteem is dermate omlaag gegaan, dat zulke hevige
reacties steeds minder voorkomen. De tanden en kiezen krijgen daardoor
de mogelijkheid zich als een focale storing te ontwikkelen en kunnen,
zonder tandheelkundige symptomen te geven, patiënten chronisch
ziek maken. Dit vraagt om EAV -diagnostiek.
Op de
röntgenfoto is herhaaldelijk rond de apex een radiopaque botstructuur
te zien, een zgn. condenserende ostitis. Hier is dan geen sprake
van granuloomvorming maar van een reactie van het kaakbot. Dit komt
vooral voor bij patiënten met een onvoldoende afweermechanisme.
Het weefsel rond de wortelpunt is niet in staat om de organismen
onder controle te houden, maar lijkt te helpen in het transport
van bv. bacteriën naar het bloed en daardoor naar de diverse
organen. Dit is in principe dus een gevaarlijker situatie dan die
met een granuloom.
Een zenuwbehandeling zal hier dan ook minder kans van slagen hebben
en uit biologische overwegingen moet dan ook het advies tot extractie
gegeven worden met daaropvolgend een zeer zorgvuldige uitfraising
van het periapicale bot. Een bijkomend nadeel van een apex-resectie
is het feit, dat er littekens ontstaan, welke kunnen gaan storen.
De EAV heeft hiervoor de nosoden Destruierendes Granulationsgewebe,
Hyaluronidase en Calcium silicum als diagnosticum achter de hand.
Resumé: Er zijn genoeg redenen om niet lichtvaardig het besluit
te nemen over te gaan tot een apex-resectie. Het weerstandsniveau
van de patiënt speelt een doorslaggevende rol, de functie van
focus of haard moet bezien worden. Daarnaast neemt de kans op mislukking
toe met het stijgen van de leeftijd. Het is aan de EAV om de sterkte
van de haard te meten en aan de hand hiervan een besluit te nemen.
1. Glaser-Ttirk.
Das Herdgeschehen. Fischer Verlag.
(uit:
Acupunctuur 208 jaargang nr. 5) |