|
1.
Ik ben Bert Busard, werkzaam als zenuwarts in de Isala Klinieken
locatie De Weezenlanden te Zwolle en tevens verbonden aan Operant
Training in Zwolle.
Al lang word ik geboeid door het CVS fenomeen en door CVS patiënten.
In deze tijd heb ik veel patiënten gezien, waarbij het me steeds
opviel hoe hun leven na en door de CVS veranderd is.Ik had daarbij
het gevoel er moet iets met deze patiënten aan de hand zijn,
er is iets niet pluis.
Ik ben op zoek gegaan naar de verklaring voor dit niet pluis en
geleidelijk aan werd die puzzel mij duidelijker.Daarbij wil ik niet
stellen dat ik nu weet wat CVS is, maar ik heb er wel zo mijn gedachten
over ontwikkeld, die ik van daag hier met U wil delen.
Die zoektocht was een avontuur, een ontdekkingsreis, waarover ik
u vandaag meer zal vertellen.
2.
Waar ga ik het vandaag met u over hebben?
Allereerst zal ik u mijn eigen definitie van CVS geven.
Daarna zal ik u vertellen over hoe ik patiënten, in uw geval
CVS patiënten onderzoek.
Ik ga vervolgens in op de valkuilen bij dit onderzoek.
Het volgende onderwerp zijn de verschillende categorieën van
onderzoek, waarbij ik de resultaten per categorie zal bespreken.
Op basis van de totaalsom aan gegevens kom ik dan tot een conclusie
en op basis van deze conclusie laat ik u in het kort iets zien over
onze aanpak bij herstelbevordering en / of reïntegratie.
3.
Definitie:
Wat u hierbij zal opvallen, is dat ik CVS zie als het gevolg van
een verandering van de interactie, het contact, de basisverbinding
tussen een persoon en diens omgeving, dat door uw hersenen in het
bijzonder de hersenstam geoperationaliseerd wordt.
De hersenstam en de fysiologische verandering van dat regelsysteem
staat centraal in mijn voordracht en in mijn denken over het ontstaan
en het blijven bestaan van CVS.
4.
De hersenstam.
Wat is en doet die hersenstam nu?
De hersenstam is het oudste oud deel van de hersenen en regelt
de belangrijkste basale biologische ritmes van ons lichaam.
De hersenstam is betrokken bij de regulatie van de hartslag, de
ademhaling, het slaap-waak ritme, maar ook bij het ritme van het
contact. Ons contact met anderen is dynamisch en is even noodzakelijk
als eten en drinken voor de overleving en het aangaan van leerprocessen.
Dierproeven hebben dat duidelijk gemaakt.
De hersenstam regelt de dynamiek van het contact door de basis spanning
tussen u en de ander te regelen.
Het is daarbij van belang dat we geleerd hebben het contact in
eigen beheer aan te gaan en af te sluiten als dat voor ons aan de
orde is.
Zo is mijn hersenstam op dit moment hard aan het werk om mijn contact
met u te regelen, zodat mijn presentatie goed overkomt. Uw hersenstam
is hard aan het werk om te zorgen dat u rustig in deze zaal kunt
zitten om naar mijn voordracht te luisteren.
5.
Hoe onderzoeken we patiënten en wat is de bedoeling van onderzoek?
Een dokter onderzoekt een patiënt om vast te stellen of iets
pluis is of niet pluis is. Als er iets niet pluis is, dan zoekt
de dokter naar een bepaald patroon daarin en als hij zo’n
patroon kan vaststellen spreken we over een syndroom. Aan dat syndroom
wordt vervolgens een behandeling gekoppeld.
Patroonherkenning hebben we in de evolutie aangeleerd en die vaardigheid
maakt het ons gemakkelijker mogelijk ons staande te houden door
b.v. pluis en niet pluis te kunnen onderscheiden.
Patroonherkenning spaart energie en is dus een voordelige vaardigheid.
Ook u onderzoekt zo. In elk contact maakt uzelf ook gebruik van
deze manier van onderzoek om na te gaan of uw gesprekspartner pluis
is of niet pluis is. Door een ander nu in bepaalde categorie onder
te brengen, namelijk de categorie “pluis” weet u vrij
vlot of u met iemand iets kunt, iets wilt, of u met die persoon
verder wil gaan.
Wat doen we nu bij onderzoek?
We bekijken de ander en vormen zo een beeld van die ander in de
ruimte. We stellen dus vast of de ander in de ruimte al dan niet
aanwezig is. Ook merken we veranderingen van die ander in de ruimte
op, we kijken naar bewegingspatronen. Zo maken we een bewegend beeld
van de ander, waardoor een uitspraak mogelijk wordt over de richting
die iemand uit zal gaan. Kortom, een visie.
We luisteren naar het verhaal van de ander en vormen ons zo een
dynamisch beeld van de ander in de tijd. Het verhaal leert ons de
ander kennen door de tijd heen, toont ons een tijdspatroon van de
ander bij zijn gang van het verleden naar het heden, waardoor uitspraken
mogelijk zijn over het mogelijk gedrag in de toekomst. Zo’n
voorspellend signaal biedt ons ook zekerheid over de onzekere toekomst.
Met kijken en luisteren registreren we hoe iemand nu is, waaruit
we patronen voor de toekomst kunnen distilleren. Kijken en luisteren
impliceren een zekere afstand tot de ander.
Anders is dat bij het ervaren.We maken gebruik van het ervaren
om de ander direct in het contact van het hier en nu te registreren.
Vanuit die manier van contact maken, het contactpatroon,nemen we
waar hoe de ander ten opzichte van ons staat, of de ander voor ons
pluis is of niet, waardoor ook weer uitspraken mogelijk zijn over
toekomstig contact, maar wat nog veel belangrijker is, of het contact
in het hier en nu veilig is..
Met ervaren registreren we hoe iemand anders staat tov ons.
Tenslotte beoordelen we de ander, het totaalplaatje dat we via
kijken, luisteren en ervaren hebben opgebouwd. We geven dat plaatje
dan een voor onszelf zinvolle betekenis, met ook de mogelijkheid
daarover voor de toekomst een uitspraak te doen. Is die uitkomst
positief, dan gaan we met die ander meestal door. Op die wijze wordt
zinvolle communicatie geordend.
6.
In dit gehele proces van onderzoek van de ander brengen we ook
eerdere ontmoetingen in. We hebben in ons leven een referentiekader
opgebouwd, waaraan we nieuwe ontmoetingen relateren.
We hoeven zo het wiel niet opnieuw uit te vinden.
Maar in die vergelijking zit ook de mogelijkheid van een valkuil.
We zijn “ selectief “ in onze registratie van de ander,
de omgeving omwille van onszelf. Dat is puur eigenbelang.
We zien wat we al weten, horen wat we willen horen, en ervaren
wat we willen ervaren.
Wat we lastig vinden en wat ons angstig maakt, is om in dit onderzoek
waarnemingen te registreren, die afwijken van eerdere waarnemingen,
dus nog niet bekend zijn binnen de opgebouwde dataset uit het verleden.
We zijn dan geneigd mits het verschil niet al te groot is, die waarnemingen
weer passend te maken door ze te negeren, te ontkennen of op een
andere manier niet tot ons door te laten dringen. Op die manier
maken we dus ons plaatje kloppend, waardoor we niet meer angstig
zijn. Dit maakt het wel moeilijk iets echt nieuws toe te laten of
de ervaring van het moment te laten voor wat die is, dus zonder
te oordelen.
7.
IJsberg.
Het gevaar van de ijsberg kan worden onderschat, omdat er slechts
een deel van zichtbaar was.
Misschien is CVS ook wel zo’n ijsberg, waarbij de klachten
aan de oppervlakte aanwezig zijn, het deel onder water , in de hersenen
verbergt wat er echt aan de hand is.
U kent allen ongetwijfeld de geschiedenis van de Titanic, nog niet
zo lang geleden verfilmd met Leonardo Di Caprio in de hoofdrol.
De Titanic, een luxe passagierschip werd voor “onzinkbaar”
gehouden in zijn tijd. Een beoordelingsfout, zoals later zou blijken.
Kortom, een samenspel van valkuilen in de waarnening en beoordeling
leidde in het geval van de Titanic tot diens ondergang.
Dit als voorbeeld van valkuilen bij onderzoek van de ander of de
omgeving.
8.
Eend / konijn.
Hoe u kijkt, bepaalt ook bij dit plaatje wat u ziet.
Naar mijn idee trappen we bij het onderzoek van CVS patiënten
ook vaak in dit soort valkuilen omdat we selectief waarnemen vanuit
bekende en gewenste kaders, die ons zekerheid bieden,zodat we willen
, bijna moeten zien wat we al weten.
Ook hierbij proberen we de whiplashpatiënt in te passen in
een totaalbeeld dat we reeds kennen en dat we weer terug willen
zien. We vinden het moeilijk onzekerheid toe te laten zodat een
andere visie op whiplash niet mogelijk wordt. Daar verzetten we
ons tegen.
9.
Bij het bekijken van een patiënt met CVS is er geen bijzonderheid,
geen afwijking te zien.
Patiënten zeggen vaak tegen me: “ik had zo graag gehad,
dat het zichtbaar was, dan begrepen anderen het tenminste”.
Een mooi ingegipst gebroken been is zichtbaar, verklaarbaar, daar
kan de ander nooit omheen, dat is duidelijk. We vinden dat prettig,
zoals ik eerder aangaf.
De CVSpatiënt mist die duidelijkheid, die zichtbaarheid.
Een ander, maar ook een dokter kan om die reden met een CVSpatiënt
vaak weinig.
Ook beeldvormend onderzoek zoals een CT-scan of MRI van de hersenen
toont geen afwijkingen.
Sommige dokters zeggen dan: “er is niets met u aan de hand”.
Dit is echter onjuist, dat is ook zo’n valkuil. Je mag op
basis van dit beeldvormende onderzoek alleen zeggen dat er geen
anatomische afwijkingen zijn, maar het onderzoek zegt niets over
het functioneren van uw hersenen.
10.
Het onderzoek van uw verhaal, het naar U luisteren doe ik of een
andere collega zelf, daarvoor bestaat geen verdere technische mogelijkheid.
Belangrijk is het om op dat moment niet al een vooringenomen standpunt
te hebben.Ik vind het belangrijk u als patiënt serieus te nemen,
en ook te erkennen dat ik het allemaal niet precies weet, zodat
de mogelijkheid openblijft om samen iets nieuws te ontdekken.
11.
Ik vind het belangrijk om alle aspecten uit uw leven aan de orde
te laten komen van voor en na het ontstaan van Uw CVS, zodat er
een totaal beeld van u gevormd wordt in de tijd, over uw totale
functioneren voor en na het optreden van de vermoeidheid.
Door gerichte vragen kan de onderzoeker u helpen de juiste informatie
te verschaffen over uw persoonlijkheid, temperament, karakterstructuur
en gedragsstrategieën.
Bij het luisteren naar het verhaal van uw CVSgeschiedenis is het
ook belangrijk om goed te luisteren en niet in een valkuil te trappen,
die ik eerder aangaf. Hierbij is de techniek van het niet oordelend
luisteren van belang.
Als we hier te graag willen horen wat we al weten, zullen we uw
verhaal inpassen in de verhalen die ons al bekend zijn over CVS
en niets nieuws meer ontdekken.
Goed luisteren betekent dan ook vooralsnog niet oordelen, het verhaal
laten zoals het is, een geheel laten, zodat dit geheel zijn eigen
betekenis kan krijgen en er daadwerkelijk een ontmoeting tot stand
komt.
We kunnen de ander helpen door hem of haar allereerst op het gemak
te stellen en een goed gespreksklimaat te blijven onderhouden, al
is dat niet altijd gemakkelijk. Het valt me op hoe kritisch CVS
patiënten vaak zijn, dit geeft mij het gevoel dat alles wat
ik zeg op een weegschaaltje afgewogen moet worden.
12.
Wat horen we dan?
Ik hoor m.n. hoe uw leven veranderd is!
Voor het ontstaan van CVS was u gezond, nadien zijn er klachten
ontstaan.
Voor het ontstaan van CVS was u meestal een actieve doener die
aan dat doen veel plezier ontleende. U stond meestal als eerste
klaar als er nog activiteiten ontplooid moesten worden en niets
was u te veel. Na het ontstaan van de klachten lukt dat niet meer
en moet u zich duidelijk onthouden van grote lichamelijke inspanningen.U
voelt zich geremd, vooral ook door het feit dat de klachten zo wisselend
aanwezig zijn, van het ene moment op het andere moment kunnen ontstaan,
zodat u er geen peil op kunt trekken. Dit wordt wel het zaagtandfenomeen
genoemd.
Voor het ontstaan van de klachten was u vooral op de ander gericht.
Die ander had u altijd wel nodig en wist u meestal wel te vinden.
Neen zeggen deed u zelden of nooit en dat ging u ook niet gemakkelijk
af.
U stond weinig bij uzelf stil, omdat u zo in beslag genomen werd
door de ander. Als ik patiënten als onderdeel van mijn onderzoek
vraag om zichzelf eens te beschrijven vinden ze dat dan ook vreselijk
lastig.
Na het ontstaan van CVS moet u meer bij u zelf stilstaan, zijn uw
eigen gevoel en lichamelijke mogelijkheden bepalend, wat vreemd
voor u is. U kunt dan ook maar moeilijk accepteren dat u nu niet
meer alles kunt, graag zou u terug willen naar de oude situatie.
U bent dan ook anders, een vreemde voor u zelf geworden. Ook voor
anderen bent u soms vreemd, bijvoorbeeld voor uw partner of familie.
Anderen bevestigen dit steeds weer als ik dat goed navraag.
Anderen zeggen dan ook vaak: ik herken mijn man / vrouw niet meer,
ze zijn zo veranderd.
Tenslotte is er een breuk in uw leven in de tijd opgetreden. Er
is een vaak positief beleefde tijd voor het ontstaan van CVS en
een negatief beleefde tijd er na.Uw leven is geen éénheid
meer, loopt niet door, u beleeft het leven als gesplitst. De periodes
voor en na het ontstaan van CVS staan bijna tegenover elkaar, in
de vorm van positief en negatief.
Kortom, er is veel met u aan de hand. U bent veranderd, zo leert
mij uw verhaal.
Die verandering is voor mij de kern van CVS en de belangrijkste
leidraad van mijn verdere onderzoek.
13.
Hoe kan ik die verandering nu verder onderzoeken?
Kijken leverde wat dit betreft geen nieuws op, zo vertelde ik u
eerder.
Uw verhaal, het luisteren leverde mij als nieuw uitgangspunt uw
verandering op.
Ervaren van het contact is de volgende onderzoekscategorie.Vragen
die ik me dan stel zijn: hoe voel ik me in dit contact, wat verandert
er in het contact etc.?
Ik had de hoop dat die manier van onderzoek mij verder zou kunnen
brengen.
Voor een zenuwarts is ervaren niet zo’n ongebruikelijke methode
van onderzoek.
De Psychoanalyse heeft er met name een systematische studie van
gemaakt van wat er allemaal op ervaringsniveau in een contact gebeurd.
Er is veel geschreven over “overdracht en tegen overdracht”.
Overdracht is dan: Hoe beleef je een ander in het contact, hoe verandert
die beleving en wat is de betekenis er van. De tegen overdracht
is, hoe reageer je op de ander in het contact, hoe verandert die
reactie en wat is de betekenis daarvan. Ook leert de psychoanalyse
hoe dit systematisch registeren van die veranderingen van de gevoelsbeleving
in de gesprekstherapie te gebruiken.
Ik maak van dit ervaren ook gebruik tijdens mijn voordracht door
te registreren of mijn verhaal u boeit. Die informatie krijg ik
uit de zaal terug, n.l. voel ik me geleidelijk aan ontspannen worden,
gaat mijn voordracht als het ware van zelf, of moet ik me forceren,
wat veel energie kost waardoor iki erg vermoeid zou kunnen raken.
maar u doet hetzelfde in eigen gesprekscontacten.
Ik zal dat contact maken, “het in verbinding staan met”
met u in meer detail doornemen, omdat het de kern is van mijn denken
rond CVS.
14.
Dit plaatje toont de interactie tussen een persoon en diens omgeving.
Contact en een relatie in wederzijdse afhankelijkheid en onafhankelijkheid
met een ander hebben we in biologische zin net zo hard nodig als
eten en drinken om te leven, ons te ontwikkelen en te groeien.
Wat ik hiermee wil onderstrepen is hoe belangrijk contact is. Bekend
is b.v. dat gehuwde mannen door die relatie veel gezonder zijn dan
niet gehuwde mannen en ook uit de stressliteratuur is maar al te
zeer bekend hoe belangrijk het is om een ander te hebben bij wie
je terecht kunt. Als u klachten hebt , vindt u het ook prettig om
op een ander een beroep te kunnen doen en begrepen te worden.
Om contact te maken en te kunnen onderhouden moeten we eerst verbinding
maken met een ander, ons veilig gaan voelen. Dat is stap een. Als
die veiligheid er is kunnen we het contact verder uitbouwen. Dat
is stap twee. Die eerste stap doen we veelal op het gevoel.Maar
als het contact voor ons voldoende is, dienen we ook te leren dat
het o.k. is om ons af te sluiten, het contact te beëindigen.
Dat is stap drie. Alle drie de stappen, zijn even belangrijk en
het gaat er om dat we ons daar vrij in durven voelen.
Liefde op de eerste blik is een fenomeen dat past bij stap een.
Het gevoel of U met iemand door een deur kunt, past meer bij stap
twee.Liefde die omslaat in haat, nogal eens zichtbaar bij echtscheidingen,
is een negatief verlopende stap drie..
Dat verbinden, opbouwen en beëindigen van het contact is een
biologisch fenomeen.
De hersenstam zorgt er nu voor, dat dit proces van verbinding leggen
optimaal en energie vriendelijk verloopt. We gaan het contact dus
aan op een manier die ons de minste energie kost.
De hersenstam is anatomisch tussen onze oren gelokaliseerd. Dus
de uitdrukking, het zit tussen de oren, klopt. Alleen is er daarbij
geen sprake van een psychisch fenomeen, maar van een lichamelijk,
biologisch fenomeen!
15.
De hersenstam zorgt voor een energetische dynamische balans. Belasting
c.q. uitdaging en belastbaarheid, ons vermogen om daar op te reageren
dienen in evenwicht te blijven.
Bij zo’n evenwichtige balans ontstaat er “ flow “.
Belasting en belastbaarheid, onze vaardigheden en de eisen die aan
ons worden gesteld zijn dan precies met elkaar in evenwicht, onze
activiteiten kosten ons geen extra energie, we voelen ons er lekker
bij. Het lijkt dan vanzelf te gaan U kent dat wel als u lekker aan
het sporten was, soms ging het dan vanzelf.
16.
Hoe komt die optimale en energievriendelijk manier van verbinding
leggen nu tot stand?
Onze hersenen bemiddelen daarin.
In de nekregio is een uitgebreid zenuwnetwerk aanwezig van het
oudste limbische systeem met een directe verbinding naar de hersenstam.Dit
is het PAG. Dit circuit verzamelt de externe informatie uit de omgeving
via spanningsveranderingen van het vegetatieve systeem. Wij voelen,
lezen als het ware de spanning van de omgeving af en sturen die
informatie vervolgens door naar de hersenstam, die dan beoordeelt
of de situatie pluis is of niet pluis met betrekking tot onze overleving
qua energie.
Dit eerste waaksysteem van het brein is nog niet al te intelligent,
het reageert op het geheel van de omgeving, op pluis of niet pluis
en kan zich niet verder aanpassen. Het is efficiënt in de zin
dat het aanzet tot direct reageren.
Een bedreiging uit de omgeving wordt als spanningverhoging door
het zenuwnetwerk waargenomen.
Denk hierbij b.v. aan de buikpijn bij het afleggen van een examen,
op dit moment actueel in Nederland of een spreker zoals ikzelf op
dit moment, die gespannen is voordat hij opkomt. Van bekende artiesten
is dit b.v. ook maar al te vaak bekend.
Die spanningsverhoging wordt doorgezonden van de buik naar de nekregio
en van daar naar de hersenstam, waar een alarmbel gaat rinkelen.
Dat betekent dan pas op, gevaar, met als emotionele menselijke reactie
angst. Hierop geven de hersenen het sein door om direct te reageren,
direct iets te doen. De prikkel is de actie die direct om reactie
vraagt. Evolutionaire strategieën die daarbij onbewust worden
toegepast zijn vluchten of vechten op basis van gelijkwaardigheid,
of onderwerpen, met ander woorden identificeren of stilhouden op
basis van afhankelijkheid.
Door te vluchten of te vechten nemen we zelf weer het initiatief
in handen, krijgen we weer grip op de situatie en nemen we afstand
van de externe dreiging. Door de actie vermindert de spanning in
het brein en onze angst neemt af.
Ikzelf ben een beetje het gevecht met de zaal aangegaan. Het verhaal
loopt tot nog toe en ik weet u te boeien. Het gevoel van “Calimero”
verdwijnt dan.
Door onderwerpen waarbij wij het belang van de ander stellen moeten
boven ons eigen belang
of stilhouden waarbij we geen eigen belang meer nastreven laten
we het initiatief bij de ander, die bepalend blijft hoe het verder
gaat, maar blijft toch het contact met die ander intact.
Die aanpassingen zijn dus minder geslaagd. Er is weliswaar nog steeds
contact, maar de spanning blijft en we blijven misschien nog meer
dan daarvoor afhankelijk van hoe de ander zich in de toekomst zal
gaan gedragen.
Welke strategieën er bij dreiging gebruikt zullen worden is
naar mijn idee afhankelijk van aanleg- en leerfactoren.
17.
Hoe kunt U zich nu die verandering in de hersenen t.g.v. CVS voorstellen?
Die verandering is een lastig onderdeel van mijn voordracht en
ik vraag er dan ook uw aandacht nog eens speciaal voor. Het is een
moeilijke stap in mijn verklaringswijze, maar wel een essentiële.
Bij CVS is er sprake van een onveilige basis hechting in het contact,
waardoor een continue stoom van signalen die duiden op gevaar naar
de hersenstam worden gezonden via de buik en de nekregio. Er is
sprake van een verhoogde spanning in het alarmcentrum van de nekregio.
Die spanningsverandering wordt doorgegeven naar boven, naar de hersenstam.
Hierdoor wordt dit weinig intelligente alarm systeem in werking
gesteld. De hersenstam signaleert een situatie van extern gevaar,
de alarmbel gaat rinkelen en u moet ook direct reageren, iets doen
om de gevaarvolle dreiging af te weren.
Bij CVS veronderstel ik nu als aanpassingsreactie een niet langer
openstaan voor de omgeving, zoals in de eerste situatie, waarbij
reageren mogelijk blijft, maar een verstijven, vanuit een gevoel
van aangeleerde machteloosheid en hulpeloosheid, d.w.z. het idee
heeft postgevat dat er geen enkele bruikbare reactie anders dan
verstijfd stilhouden mogelijk is. Hoe het nu verder gaat is afhankelijk
van hoe de externe omgeving en de interne situatie van de hersenstam
zal zich daar steeds weer bij aanpassen.De interne verhoogde spanning
van de hersenstam wordt door de hersenen aan de externe omgeving
toegeschreven wordt, terwijl de situatie er als de feiten goed in
kaart gebracht worden niet naar is.
Zou u kunnen “vechten” of “vluchten”, dan
neemt u zelf het initiatief over en kunt zich ontladen.
De hersenstam signaleert na de ontlading dat het weer o.k.is en
gaat over tot de orde van de dag. Er zal geen CVS ontstaan.
Ik kan me voorstellen dat mannen vaak erg boos reageren op veronderstelde
dreigingen, dat is hun evolutionair het meest eigen. Misschien een
reden waarom minder mannen CVS hebben.
Maar ook door op eigen initiatief te vluchten uit situaties, bijvoorbeeld
in de vorm van rust te nemen maar daarbij ook echt alles van u af
te zetten , overtuigt u het brein dat er geen gevaar meer is. U
fopt zo het brein als het ware, het brein raakt van zijn “vergissing”
overtuigd, de spanning kan verminderen. Ook nu signaleert de hersenstam,
alles o.k. en gaat weer over tot de orde van de dag.
Voor vrouwen gaat dat rusten vaak niet op. Ik hoor vaak terug hoeveel
zorgen men zich maakt over de kinderen, de hond, later de huishouding
etc..Men blijft actief met anderen bezig, staat niet bij zich zelf
stil en de situatie in de hersenstam blijft zoals die was, dus gespannen.
Vechten en vluchten zijn dus actieve aanpassingen waarbij uzelf
het initiatief in handen neemt, zelfsturend wordt en zich ontlaadt,
waardoor de spanning vermindert.
Anders is dit als u dus moet kiezen voor het gebruik maken van
onderwerpen aan de omgeving als onbewuste strategie zonder rekening
te houden met de ontstane situatie in het brein. U gaat maar door
en door met uw gebruikelijke activiteiten die nu bovendien van uit
het brein onbewust de betekenis krijgen van bedreigd te worden of
aan gevaar blootgesteld te zijn. Er treedt dan geen ontlading op
en de situatie in de hersenstam blijft door de hoge spanning signaleren
dat de externe situatie bedreigd wordt en / of aan gevaar is blootgesteld.
Vooral voor vrouwen die evolutionair in biologische zin zijn voorbereid
op een zorgtaak kan dit gevoel van onbewuste bedreiging van hun
zorgdomein de mogelijkheid onthouden om zich te kunnen ontladen.
CVS patiënten, merendeels vrouwen met vaak ook nog zorgende
en contactgebonden beroepen kiezen mijns inziens overwegend voor
deze strategie van onderwerpen aan de omgeving, ook al omdat dit
voor het ongeval hun meest gebruikelijke strategie was. Men verandert
dus niet van strategie, kan niet veranderen, met als gevolg een
daadwerkelijk CVSsyndroom.
Ook echt stilhouden is een minder adequate strategie en in deze
hectische en drukke tijd nauwelijks meer van toepassing. Ook indien
u deze strategie zou gebruiken treedt er geen ontlading op, blijft
de spanning aanwezig en is een CVS syndroom meer dan waarschijnlijk.
De gevolgen van de strategie die u moest kiezen namelijk onderwerpen
zijn met name nadelig voor de wijze waarop u het bedreigde contact
aangaat.U komt er n.l. niet los van, de dreiging blijft bestaan.
Er blijft een negatieve verbinding bestaan, die het patroon onderhoudt.
Er reedt een continue activering en stimulering op van het eerste
waaksysteem in de hersenstam, waardoor de patiënt zich onbewust
realiseert dat er sprake is van een gevaarvolle omgeving of een
omgeving die in gevaar is.. De omgeving is dus veranderd, aan de
patiënt vreemd.
Deze nieuwe situatie stelt de CVS patiënt voor een paradox.
Van de ene kant wil hij vanuit biologisch oogpunt ook graag weer
daadwerkelijk contact met die omgeving, met anderen, van de andere
kant heeft de omgeving voor hem nu de betekenis van gevaarlijk.
De CVS patiënt kan dus geen kant op, moet basaal stilhouden
als strategie gaan hanteren en zich zo t.o.v. de door hem of haar
als gevaarvol geduide ander niet kenbaar maken. Er gebeurt dan niets
meer, de tijd en de CVS patiënt staan stil. De CVS patiënt
ervaart dat hij geen belang meer heeft, trekt zich terug, wordt
vaak depressief.
Het gevaar blijft aanwezig, omdat de spanning niet kan ontladen.
De patiënt voelt zich op zichzelf terug geworpen, de ander
is niet langer bereikbaar. Het gevoel ik ben een vreemde voor mezelf
en de ander past daarbij.
18.
Waar leidt die blijvende spanningsverhoging van de hersenstam nu
toe?
Die leidt ertoe dat u als CVS patiënt steeds vanuit een hogere
basisspanning moet reageren. Alles gaat op basis van die verhoogde
gespannenheid, op geen enkel moment en bij geen enkele activiteit
is er basaal rust.
U zit bijna steeds tegen uw biologische maximum aan qua belasting.
Er is ook sprake van minder inzet van energie, zodat het systeem
ook niet gemakkelijk oplaadt. Kortom, na het ontstaan van CVS hanteert
u een fysiologie die weinig energie levert, energie oneconomisch
is. U moet als het ware steeds topprestaties leveren zonder dat
u daarvoor de energie hebt of daarvan uit kunt rusten, terwijl het
u naar uw oordeel bijna niets presteert, onderpresteert, als u zich
vergelijkt met uw situatie voor het ontstaan van CVS.
19.
Wat ervaar ik nu in de situatie van het onderzoek van een CVS patiënt,
hoe komt die verhoogde spanning dan tot uiting.
Daarbij maak ik gebruik van mijn gevoel in het contact, hoe de
CVS patiënt bij mij overkomt, met mij verbinding aangaat.
Er is inderdaad sprake van een verhoogde spanning, die voelbaar
is en blijft in het contact. Het contact biedt nauwelijks echt rust
en ook na wat langere tijd ontstaat er geen rust.
Hierdoor kost het onderzoekscontact veel energie. In lichamelijke
zin ervaar ik vaak vermoeidheid gedurende of na afloop van het onderzoekscontact.
Als ik dat aan collega’s vertel, herkennen zij dat ook.
U blijft dan de spanning gevoeliger voor indrukken, u leest de
omgeving verfijnd. De ander heeft voor u steeds nog de betekenis
van gevaar of vaak van bedreigd te worden. Die spanning leidt tot
afstand, het contact komt niet echt tot stand. Hierdoor voelt u
zich niet begrepen, want u krijgt geen toegang tot de ander.
Actie = reactie. Een vraag leidt tot het gewenste antwoord, er
wordt weinig eigens aan het antwoord toegevoegd. U holt bovendien
achter u zelf aan, hetgeen zich duidelijk uit in de ademhaling.
Ook komt het nogal eens voor dat uw tempo zo hoog ligt, m.n. het
spreektempo, dat ik het al schrijvende niet bij kan benen. Wat me
daarbij opvalt is dat de CVS patiënt zich daar niet bewust
van is. Hij of zij gaat eenvoudigweg door zonder zichzelf de vraag
te stellen of de ander, in dit geval ik hem of haar bij kan houden.
Dit past er bij dat u het contact met de ander bent kwijt geraakt.
Er is sprake van repeterend gedrag, bijna stereotiep gedrag. Ook
het emotionele gedrag is repetitief. Er is weinig variatie, emotionele
patronen blijven zich als het ware herhalen
U blijft overwegend dezelfde persoon voor mij als onderzoeker, het
variëren in posities in het contact treedt nauwelijks op. De
ander, in dit geval de onderzoeker is en blijft the leading actor.
Het dynamische ritme van het contact is verloren gegaan.U reageert
vrij vlak, zelden vanuit eigen doorleefde gevoelens / emoties. Als
emoties al aan bod komen, overvallen ze u, reageert u alsof emoties
u te veel geworden zijn. U zit vol, er kan niets af maar ook niet
bij.
.
De tijd lijkt ook stiller te staan, hetgeen past bij deels stilstaan
als strategie te hanteren. De tijd duurt lang, vaak word ik onrustig
en controleer de tijd door op de klok te kijken. De interne klok
loopt traag, dat hoort bij hoge spanning.
Deze veranderingen leidden tot klachten en belemmeren u sterk in
uw dagelijkse leven. U heeft er juist behoefte aan om te kunnen
variëren, hetgeen u echter niet meer lukt, U blijft steken
in actie wordt reactie.
20.
Welke betekenis heeft deze visie nu voor uw klachten, welke betekenis
hebben de klachten vanuit deze visie te ?
Klachten duiden op een basis conflict tussen u en de ander in het
contact.
Wat de moeheid betreft geldt naar mijn idee, dat moeheid aangeeft
dat u overbelast bent en afstand wil houden tot uw omgeving die
als gevaarlijk of aan gevaar blootgesteld ervaren wordt. Het systeem
is vol. Moeheid heeft zo vooral een symbolische en relationele betekenis
naar de ander, uw omgeving toe.
Het bevreemdt mij dan ook niet, dat er voor de moeheid geen duidelijke
lichamelijke afwijkingen vast te stellen zijn.
Moeheid is gekoppeld aan de spanningsregulatie door de hersenstam.
Daarover bestaat veel literatuur, ik heb u dat eerder ook verteld.
Prikkelbaarheid heeft evenzeer die betekenis. U wordt overprikkeld
door de omgeving, passend bij het dreigende gevaar gepaard gaande
met een hoog spanningsniveau. Er kan geen prikkel meer bij, Uw brein
zit vol. U komt niet tot ontspanning, omdat u ook niet kunt loslaten,
want daarvoor is contact noodzakelijk. Kortom, u kunt niets meer
hebben.
En wat het geheugen betreft geldt ook daarvoor dat er simpelweg
door niets meer bij kan. De machine, de computer doet het wel, maar
de informatie krijgt geen toegang meer tot de computer omdat die
informatie als niet pluis gekarakteriseerd wordt.
Daarbij gaat het vooral om de emotionele en contextuele informatie,
niet de praktische informatie, die u nog redelijk goed kunt hanteren.
Daarom tonen CVS patiënten ook zo weinig uitval bij psychologisch
onderzoek naar mijn idee.
21.
Hierbij laat ik nogmaals mijn definitie van CVS zien. Ik heb u
duidelijk willen maken hoe ik bij deze definitie gekomen ben.
22.
Vanuit deze visie worden binnen Operant Traingstrajecten aangeboden
bij CVS.
Ik kan me indenken dat u geïnteresseerd bent om meer te horen
over deze trajecten.
Ik zou daar graag uitgebreid op in willen gaan, maar de tijd laat
dat niet meer toe.
Misschien dat ik u daarover bij een volgende bijeenkomst wat meer
mag vertellen?
23.
Een tipje van de sluier over reïntegratie is het volgende.
Uitgangspunt van het traject bij CVS van Operant is het leren verminderen
van uw basisspanning en het bewust worden van Uw eigen lichaam en
emoties. Het traject biedt u mogelijkheden om dat lichamelijk en
emotioneel te leren implementeren. U wordt daarin zelfsturend en
krijgt het vertrouwen terug om contacten aan te gaan. Hiervoor wordt
tijd genomen, we forceren niet, we weten dat leren van nieuw gedrag
tijd kost.
24.
Aanbeveling:
- er is sprake van een fysiologische verandering van de hersenstamspanning!
Dus neem de patiënt met CVS serieus
- er is sprake van een verandering van de persoon als geheel.
Dus richt onderzoek op de persoon als geheel.
- ga uit van niet normerend onderzoek.
Dus denk aan de eigen valkuilen
- er zijn mogelijkheden voor begeleiding en reïntegratie.
Dus wacht niet af, een actief beleid na 2 a 3 maanden is op zijn
plaats. CVS patiënten willen weer leven en / of werken, maak
dat dan ook mogelijk.
25.
Ik heb u veel verteld. Het was bovendien nogal complex wat ik u
te vertellen had.
Ik hoop dat ik u met mijn ontdekkingsreis weer wat hoop op een
nieuw perspectief voor de toekomst heb kunnen bieden.
Het heeft u veel inspanning gekost om toe te luisteren, zo weet
ik maar al te goed. Daarvoor dank ik u.
|