De diagnose
Voor de diagnose PDS zijn de volgende verschijnselen nodig:
• Buikpijn die het afgelopen jaar ten minste drie maanden
aanwezig was;
Twee van de volgende drie kenmerken zijn eveneens nodig voor de
diagnose:
• De klachten worden minder na de stoelgang;
• De klachten vallen samen met vaker of minder vaak naar de
wc gaan voor ontlasting;
• De klachten vallen samen met dunner of dikker worden van
de ontlasting.
Verder kunnen voorkomen:
• Vaker of minder vaak naar de wc gaan;
• Ontlasting is dikker of dunner dan normaal;
• Bij stoelgang is minstens in een kwart van de gevallen een
sterke aandrang, moeten persen of het gevoel dat er ontlasting in
de endeldarm achter blijft;
• Bij de stoelgang in meer dan een kwart van de gevallen slijm;
• Vaker dan een kwart van de tijd een opgeblazen gevoel.
Verschijnselen kunnen zo hevig zijn dat patiënten erg gehinderd
worden met hun alledaagse bezigheden. Dit kan komen doordat zij
bijvoorbeeld worden overvallen door een hevige aandrang voor ontlasting.
Soms ook durven mensen allerlei voedingsmiddelen niet te eten omdat
zij daarvan klachten krijgen.
De oorzaak:
Die is voor een groot deel nog niet bekend. Factoren die bij PDS
waarschijnlijk een rol spelen zijn:
• Stoornissen van de bewegingen van de darmen;
• Stoornissen in het gevoel dat iemand van zijn darmen waarneemt;
• Psychische factoren
Het
prikkelbare darmsyndroom hangt nauw samen met parasieten.
Een
(darm/abdominale-)parasitaire belasting uit zich door:
kringen
onder de ogen, bleek zien, vaak een beetje duizelig, hangerig en
moe, buikpijn, steken rond de navel, dunne
ontlasting afgewisseld
met verstopping, jeuk aan de anus vooral 's
avonds in bed, cyclus van slijm
ophoesten met misselijkheid, nagelbijten en neuspeuteren en soms
uit dit zich in beweging in de ontslasting.
Mensen
met het chronisch vermoeidheidsyndroom hebben vaak darmproblemen,
soms coeliakie-achtige klachten.