Interpretatie
en samenvatting: Lia Metz
Kern
van het bloedgroepdieet is dat de bloedgroep bepaalt welk voedsel
goed is voor iemand en welke voedingsmiddelen juist niet. Ook in
ons land zijn inmiddels veel mensen enthousiast bezig met deze nieuwe
manier van eten. ‘Bloedgroepen’ lijken de komende jaren
een belangrijk thema te worden.
Er zijn namelijk aanwijzingen dat de bloedgroep een belangrijke
factor is voor gezondheid en ziekte, voor lichamelijke en geestelijke
vitaliteit voor gewichtscontrole en voor gezond oud worden.
Twee artsen hebben boeken over het Bloedgroepdieet geschreven:
Peter d’Adamo en Johan Bolhuis.
Onderstaande adviezen zijn gebaseerd op stofwisselingsklachten die
kunnen worden verbeterd door anders te gaan eten.
Evenwel moet ik erbij vermelen, dat ernstige allergische en pathogene
klachten nader onderzoek en een specifieke behandeling en dieet
behoeven, dat individueel moet worden ingesteld.
Diëten
Veel
diëten zijn bedoeld om af te vallen of ze worden voorgeschreven
bij bepaalde ziekten. Nu steeds duidelijker wordt dat voeding heel
belangrijk is voor de gezondheid, verschijnen ook voedingsstrategieën
die hierop zijn gericht.
Maar voor vrijwel alle dieetmethoden geldt dat ze voor iedereen
zijn bedoeld, zonder onderscheid des persoons. Toch blijkt vaak
dat de richtlijnen niet bij iedereen hetzelfde effect hebben. Als
twee mensen dezelfde maaltijd nuttigen, verlaat de een verkwikt
de tafel, terwijl de ander een opgeblazen gevoel heeft.
Waar de een zo is afgevallen met dieet X, is de ander met hetzelfde
dieet nog geen grammetje kwijt. Dit is eigenlijk nooit zo goed te
verklaren geweest. Antidepressiva kunnen een vertragende invloed
op de darmwerking uitoefenen, waardoor zich afvalstoffen ophopen.
Men kan daarvan enigszins inactiveren, en gewicht winnen, men gaat
zich wat minder gemakkelijk bewegen, dan is de cirkel rond. Het
is dus belangrijk te weten of iemand een snelle of langzame spijsvertering
heeft. En zeker ook of darmen naar behoren werken, of er geen dysbiose
is, geen darmparasiet, irritatie of obstipatie.
Door de relatie te leggen tussen voeding en de bloedgroep kan het
wel worden begrepen.
Als je over een dieet begint te praten, hebben veel mensen iets
van : “o nee hè! Dan mág je zo veel lekkers
niet meer.”
Maar zo heftig is het niet, er kan toch worden vervangen!
Het kan erg beperkend overkomen. En wij wensen niet beperkt te worden,
want wij leven in een tijdperk van luxe, overvloed en alles binnen
ons bereik. Onze koelkast zit vol met goede producten, maar is het
ook echt goed voor jóu? Avitaminose (vitaminegebrek) kan
zich pas na jaren uiten.
We zijn opgegroeid met “eten uit de schijf van 5”
Maar is die écht zo gezond voor iedereen?
Hoe ongezond kan een leven lang tarwebrood met roomboter, kaas,
worst, chocoladehagel en ei met twee glazen melk zijn? Of een avondmaaltijd
met tomatensoep uit blik of een pakje, varkensvlees met spinazie,aardappels
en appelmoes, en chocoladevla met slagroom toe…
Tja, voeding hangt ook met een aantal andere factoren samen, sommige
gezinnen gebruiken veelvuldig fastfood zoals patat en een aantal
koekjes per dag, gebruiken sterke drank en de kinderen liters frisdrank.
Er wordt vele malen teveel suiker gegeten, bewust of onbewust.
In bijvoorbeeld een liter fris zitten 22 suikerklontjes.
Het is bekend dat suiker een verzwakkend effect heeft op ons immuunsysteem.
Suiker voedt schimmel- en virusinfecties. Het verstoort het evenwicht
in de darmen. Houdt vocht vast. Verstoort de alvleesklierfunctie.
Aspartaam is even erg.
In New York is een onderzoek gedaan onder 1.000.000 leerlingen.
Zij aten een half jaar geen toevoegingen, zoals kleur- geur en smaakstoffen.
Het prestatienivo steeg met 14%, waarbij het effect op de groep
met de meeste leerproblemen het grootste was.
Het
is erg lastig om lange termijn onderzoek te doen naar de effecten
van voeding, maar het lijkt ons logisch dat ook een motor het snelst
en langst loopt op de juiste brandstof en tegelijkertijd de minste
“slakken”, roetaanslag en wolken uitlaatgas produceert.
Het
bloedgroepdieet
Volgens
deze nieuwe inzichten bepaalt de bloedgroep welke voedingsmiddelen
goed voor iemand zijn en welke juist niet. Er zijn dus geen 'goede'
of 'slechte' voedingsmiddelen, alleen voedingsmiddelen die passen
bij de bloedgroep of juist niet. Binnen het bloedgroepdieet wordt
dus meer recht gedaan aan de onderlinge verschillen tussen mensen.
Voor elke bloedgroep is voor een uitgebreide hoeveelheid voedingsmiddelen
aangegeven of ze wel of niet bij de bloedgroep passen.
Elk voedingsmiddel heeft een soort 'keurmerk' gekregen: voedsel
kan 'Neutraal' zijn, te 'Vermijden' of 'Heilzaam'. Dat laatste is
uniek en ook heel inspirerend.
Vaak staan diëten in het teken van wat allemaal niet mag.
Het bloedgroepdieet gaat uit van positieve selectie.
Om dit allemaal te begrijpen, eerst iets meer over bloedgroepen.
De bloedgroepen:
de verschillen
Ieder mens heeft, ondanks onze overeenkomsten één
van de vier bloedgroepen: A, B, AB of O, ongeacht sekse, seksuele
voorkeur, ras, geloof, politieke overtuiging, huid - of haarkleur.
Welke bloedgroep iemand heeft, hangt af van het 'chemische herkenningsteken'
op de rode bloedkleurstof. Dat chemische herkenningsteken wordt
'antigen' genoemd.
Wie antigen A heeft, heeft bloedgroep A; heeft u antigen B dan heeft
is uw bloedgroep B.
Sommige mensen hebben beide antigenen: bloedgroep AB.
Bloedgroep O wordt ook wel bloedgroep 'nul' genoemd omdat de rode
bloedcellen géén van die twee antigenen hebben.
Het
wonderlijke is dat het verschil tussen de antigenen eigenlijk maar
één heel klein stofje is: een aminozuur (dat is een
combinatie van een eiwitmolecule en een suikermolecule).
Daarnaast
zijn er de antistoffen die verschillen per bloedgroep. Die antistoffen
hebben te maken met de afweer. De belangrijkste taak van het afweersysteem
is ongewenste indringers buiten de deur te houden of weer te krijgen.
'Mijn' en 'dijn' moeten onderscheiden worden.
Het maken van dat onderscheid gebeurt, simpel gezegd, door het maken
van een vergelijking.
In de vroege jeugd is als het ware in het systeem gegrift wat 'mijn'
is; daarmee is de rest 'niet-mijn', dus 'dijn'. Het bloedgroep-antigen
is één van de eerste en belangrijkste elementen waarmee
de vergelijking gemaakt wordt. Alles wat wordt herkend als 'niet-mijn',
roept meteen een afweerreactie op en er worden antistoffen tegen
gemaakt. Die antistoffen hechten zich aan de indringer, het wordt
een kleverig 'klompje'.
Het grootste deel van die antistoffen ontstaat om het zo te zeggen
'al doende'.
Het afweersysteem komt vanaf de vroege jeugd in aanraking met ongewenste
indringers (zoals virussen, bacteriën, schimmels en parasieten)
en leert welke tegenmaatregelen nodig zijn, dus welke antistoffen
gemaakt moeten worden. Het bijzondere bij bloedgroepen is dat er
onmiddellijk na de geboorte al antistoffen zijn tegen het bloedgroep-antigen
dat men zelf niét heeft.Iemand met bloedgroep B heeft een
aangeboren antistof tegen bloedgroep A: anti-A genoemd. En iemand
met bloedgroep 'A' heeft een aangeboren antistof tegen bloedgroep
B: anti-B. Iemand met bloedgroep 'O' heeft anti-A én anti-B,
een persoon met bloedgroep 'AB' heeft géén antistoffen.
Waarom zijn de bloedgroepantistoffen zo belangrijk?
Als bijvoorbeeld iemand met bloedgroep B een transfusie zou krijgen
met bloed van bloedgroep A, dan zal het bloed onmiddellijk samenklonteren
door de afweerreactie van deze reeds aanwezige antistof, namelijk
anti-A. Het wetenschappelijk woord voor dat samenklonteren is 'agglutineren'.
Met de begrippen 'antigen', 'antistof' en 'afweerreactie' (in de
zin van samenklontering) hebben we de kern van de theorie te pakken;
nu de relatie met de voeding nog!
Voeding
en de bloedgroep
De bloedgroep
en voeding hebben op twee verschillende manieren met elkaar te maken.
Ten eerst kunnen er in voedingsmiddelen bestanddelen zitten die
een reactie veroorzaken met het chemische herkenningsteken (het
antigen) dat bij de bloedgroep hoort. Die bestanddelen heten lectines.
Ten tweede kunnen er in voeding bestanddelen zitten waarop de eigen
bloedgroep-antistof reageert.
Lectines
In voedingsmiddelen komen natuurlijk de stoffen voor die voor de
mens als voedingsstof dienen (koolhydraten, eiwitten, vetten, vitaminen,
mineralen, sporenelementen enz.) In sommige voedingsmiddelen, vooral
plantaardige, zitten ook stoffen die planten zelf gebruiken: voor
het lokken van insecten (voor de bestuiving) of juist voor het verdrijven
van indringers. In de plantkunde is uitgebreid onderzoek gedaan
naar deze stoffen, de zogenaamde lectines.
Lectines hebben onder meer de eigenschap dat ze heel graag een verbinding
willen maken met aminozuren. Als die verbinding gemaakt wordt is
dat een verklevend proces: agglutinatie. In feite is dat dus hetzelfde
als bij de antistoffen van de bloedgroep gebeurt.
Elk lectine heeft zo zijn eigen voorkeur voor een specifiek aminozuur.
Het
verklevende effect van lectines is al lang bekend. Nieuw is echter
de relatie die gelegd wordt tussen die stoffen en de bloedgroep.
Of preciezer gezegd: tussen de lectines en het bloedgroep-antigen.
Want een aantal van die lectines heeft als doelwit aminozuur die
bedrieglijk veel lijken op de antigenen (dus de aminozuren) die
de bloedgroep bepalen. De lectines willen dan ook met dát
aminozuur een verbinding maken. Als de mens, via de voeding, zo'n
lectine binnenkrijgt die een verbinding wil aangaan met het aminozuur
dat zijn bloedgroep bepaalt, treedt er samenklontering (agglutinatie)
op.
Daarom is het niet gewenst voedingsmiddelen te eten waarin lectines
zitten die het gemunt hebben op het aminozuur dat lijkt op het aminozuur
dat bij je bloedgroep hoort.
De antistof
Dan
het volgende verband, de relatie met de bloedgroep-antistof. Zoals
eerder is aangegeven, reageert de antistof die bij je bloedgroep
hoort van nature op het aminosuiker van een andere bloedgroep.
Nu zijn er voedingsmiddelen die aminosuikers bevatten, die erg lijken
op de aminosuikers die bij een bloedgroep horen.
Melk, bijvoorbeeld, heeft een aminozuur die lijken op het aminozuur
dat bij het herkenningsteken van bloedgroep B hoort.
Als iemand met bloedgroep A zuivel gebruikt, zal zijn antistof-B
een afweerreactie uitvoeren: agglutinatie. Ongewenste afweerreacties
(agglutinatie) tegen voedingsmiddelen kunnen dus op twee verschillende
manieren ontstaan: door lectines in de voeding en door aminosuikers
in voeding.
Afhankelijk van de soort stof en de plaats waar de afweerreactie
optreedt kunnen verschillende klachten ontstaan.
Doet zo'n afweerreactie zich bijvoorbeeld voor in het maagdarmkanaal,
dan kunnen verschijnselen ontstaan die lijken op voedselallergie.
Volgens diepgaande onderzoeken kan een groot aantal aandoeningen
door dit soort afweerreacties worden verklaard.
Wanneer
heeft het Bloedgroepdieet zin?
Altijd.
Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen!
Het vormt de basis van herstel voor mensen met “vage klachten”,
c.q. met moeilijk objectiveerbare aandoeningen, zoals (auto-)immuniteitsklachten,
neuro-endocriene problemen en stofwisselingsstoornissen, spierslapte,
schimmelinfecties, hoofdpijn, migraine, verwardheid, slaapstoornissen,
chronische kno-infecties, bronchitis, astma, spataderen, buikklachten,
spastisch colon, diarree, obstipatie, maagzuur, wisselend bloedsuiker
gehalte (hypoglykemie- diabetes) te hoge of te lage bloeddruk, herstel
dysbiose na antibioticakuren, coeliakie, ziekte van Crohn, afkeer
van eten, overeten, enz.
Het bloedgroepdieet helpt ter preventie van erger worden van chronische
klachten, het stabiliseert en verbetert.
Zoals bij huilbabies die ook huidklachten en diarree of verstopping
kunnen hebben of veel spugen.
Het helpt je gewicht controleren; overgewicht óf ondergewicht,
want ondergewicht is een even groot probleem.
Het helpt bij klachten van depressieve aard en van moeheid na de
maaltijd.
Een dutje doen is goed als je hebt gegeten na een werkzame dag,
maar jezelf na de maaltijd met lood in de benen voortslepen is minder
prettig en kan opgelost worden door te eten naar je bloedtype.
Algemene
adviezen
Eet zo veel mogelijk biologisch. Pesticiden heeft niemand nodig.
Een kleine krop biologische broccoli bevat meer of evenveel essentiële
voedingsstoffen als een snel gegroeide, maar smaakt beter.Eet bij
zwakte liever twee keer per dag warm bijvoorbeeld:
1 x een kleine portie koolhydraten(rijst/pasta/aardappel) met véél
groente en 1 x vis, kip of tofu met groente en rijst.
1,5 - 2 liter water per dag is voldoende, afhankelijk van uw inspanningen
en het weer.
Evian is een goede keuze bronwater.
Gebruik per dag een verhouding van 50% groente, 20% fruit, 15 %
koolhydraten, 15% proteïnes/plantaardige vetten.
Veel water neemt mineralen mee uit het lichaam, vooral bij mensen
die vaak moeten plassen.
Voor iedere bloedgroep, minder of liever stop met koezuivel- en
rundvlees, er zijn teveel schandalen van geweest en er is nog te
weinig bekend over de gevolgen van bio-industrie, melkproductieverhogende
middelen, antibiotica waarmee de dieren regelmatig worden ingespoten
de kalmeringsmiddelen voordat ze naar het slachthuis gaan en schoonmaakmiddelen
in melkapparatuur.
Zuivel is voor kalfjes, het is een hormoonproduct met grote vetbolletjes
en grote eiwitten.
Geitemelk of geitesmeerkaas kun je meestal wel gebruiken.
Een eitje per week, liever niet meer, of als je meer wilt, dan liever
alleen de eidooier.
Gebruik meer rauwe groente maar was die zorgvuldig. Biologische
groente bevat meer micro-organismen (wassen in lauw water met iets
zeezout en azijn), recept:
Kijk
eens in de plaatselijke bibliotheek naar “Het bloedgroepdieet”door
Peter d’Adamo of door Johan Bolhuis.
U kunt bij ons terecht voor een uitgebreid dieetadvies.
De dieten worden door ons individueel aangepast op:
Geslacht, leeftijd, ras, klachten, werkzaamheden, lengte-gewichtverhouding,
eventuele beschikbare Intolerantietestuitslagen,medicijnen, snelle
of trage darmwerking én voorkeur!
Lekker blijven eten is belangrijk. Eten moet een voldoeninggevende
bezigheid zijn.
Gezond én lekker!
Dus met het week-eetlijstje gaan we als het even kan zo veel mogelijk
producten vervangen.
Voeding is het beste lange termijn-medicijn! Verlies geen energie
in de spijsvertering!
Weet
u de bloedgroep niet, dan kunt u bij ons een setje bestellen om
uw eigen bloedgroep te bepalen.Met een eenvoudig vingerprikje weet
u binnen een paar tellen uw bloedgroep.
Kosten
voor de bloedgroeptester 12,50 inclusief porto 15,00. Ook specifiek bloedgroepgerichte
voedingssupplementen te
bestellen.Een persoonlijk bio-energetisch getest, afgestemd voedingsadvies
kost € 35,-
Een beperkte vita-mineralendepletietest kost € 25,-
M E D I V E R A, DAMSLUIS 3 3831 SP , L E U S D E N.
ME-HELPDESK: 033 – 494 71 02 WOENSDAG: 12.00-13.00 ©
E. Metz |